Leeuwendeel inwoners tevreden over leven en gezondheid

Het leeuwendeel van de volwassenen in de gemeente Groningen is tevreden met zijn leven (84%) en voelt zich gelukkig (76%). In de dorpskernen en de latere nieuwbouwwijken zijn dit doorgaans nog wat meer. Beijum, Vinkhuizen en Paddepoel scoren aan de lage kant.

Verreweg de meeste inwoners zien de toekomst in hun kwaliteit van leven positief tegemoet, maar ongeveer 9% verwacht dat die de komende twee jaar achteruit zal gaan. We zien dit met name bij ouderen.

Inwoners van de gemeente Groningen zijn overwegend positief over de eigen gezondheid: 88% van de volwassenen ervaart deze als (zeer) goed. Sinds 2014 is dit percentage stabiel. De relatief jonge bevolking van de gemeente heeft een positieve invloed op dit beeld. Buurten en dorpen met relatief veel ouderen scoren wat lager, net als gebieden waar meer kwetsbare gezinnen wonen. Wel vallen er in enkele van deze gebieden (De Hoogte, De Wijert) positieve ontwikkelingen te constateren.

Bijna 30% van de inwoners voelt zich (sterk) belemmerd in het dagelijks leven door zijn gezondheid. Ook hier is samenhang met leeftijd, maar ook met sociaaleconomische factoren zoals inkomen en opleidingsniveau. Het hoogste percentage van de wijken zien we in Corpus den Hoorn (39%), gevolgd door Vinkhuizen (38%). Bijna een kwart van de inwoners heeft hulp ontvangen wegens zijn gezondheid. In 2019 hadden ongeveer 17.000 personen een indicatie voor één of meerdere Wmo-maatwerkvoorzieningen. In totaal ging het om ruim 40.000 (lopende) geïndiceerde Wmo-voorzieningen.

Zie naast de cijfers in dit thema ook cijfers van de GGD

Laatst aangepast: 18-06-2020

Inleiding: lichamelijk - en psychosociaal functioneren

Laatst aangepast: 04-09-2019

In dit onderdeel wordt verschillende informatie geboden over de (objectieve) gezondheidstoestand van de Groninger volwassenen en hun (subjectieve) percepties ten aanzien van de eigen gezondheid - en breder de kwaliteit van het eigen leven. De mate waarin een persoon 'fysiek' gezond is en zich gezond voelt zijn belangrijke pijlers wanneer het gaat om het in beeld brengen van de kwaliteit van de leefsituatie van een persoon, zowel als een voorwaardelijke 'hulpbron' als ook als een resulterende 'uiting' ervan. Immers, een goede gezondheid heeft een positieve uitwerking op de kwaliteit van andere relevante leefdomeinen, daarnaast is de mate van gezondheid ook van directe invloed op hoe iemand de kwaliteit van het eigen leven ervaart.
We beginnen dit deel dan ook met deze subjectieve kant van de kwaliteit van leven - of welbevinden - van een persoon. Waarbij de waardering van het leven zelf in al haar facetten - als langere termijn - en de mate van ervaren geluk - als kortere termijn - twee belangrijke uitkomstmaten zijn.

Vervolgens wordt in dit deel het begrip gezondheid vanuit het perspectief van de (biologische) toestand verder verkent. Hierbij wordt zowel de fysieke gezondheid - en de mate waarin sprake is van de aan- of afwezigheid van onder meer lichamelijke aandoeningen en beperkingen - als ook de mentale gezondheid - en de mate waarin sprake is van de aanwezigheid van onder meer psychosociale problematiek - tegen het licht gehouden.
In het deel 'Leef- en gezondheidspatronen' wordt ingegaan op een aantal belangrijke uitingen van gedrag die van grote invloed zijn op de mate van gezondheid en de levensloop ten aanzien hiervan van personen. Tenslotte wordt in het deel 'Eigen kracht, weerbaarheid en zelfregie' wordt ingegaan op het begrip gezondheid vanuit het perspectief van hetvermogen van personen - en de mate waarin men in staat is (dagelijkse) levensverrichtingen zelfstandig of met georganiseerde ondersteuning te kunnen verrichten.

Zie hier ook de cijfers van de GGD, GGD Groningen in cijfers.

Toelichting: algemeen welbevinden

Laatst aangepast: 16-04-2020

Een veel gebruikte manier om een beeld te schetsen van het ‘brede’ welzijn van de bevolking is om personen zelf te bevragen naar hun eigen welbevinden. Via deze weg - de eigen percepties van mensen - wordt het begrip ‘kwaliteit van leven’ dus vanuit een subjectieve benadering ingestoken. We doen dit aan de hand van (tenminste) een tweetal brede uitkomstmaten; ten eerste brengen we de algehele waardering van inwoners over het eigen leven - in al haar facetten - in beeld, ten tweede kijken we naar de mate waarin personen (recent) geluk hebben ervaren.
De eerste indicator biedt hierbij inzicht in (de subjectieve kant van) de kwaliteit van leven van personen vanuit een meer middellang tijdsperspectief (robuuster), bij de tweede indicator wordt het accent op de korte termijn gelegd (vluchtiger). Naast deze brede uitkomstmaten kijken we in onze monitor ook naar verschillende onderliggende facetten die van invloed (kunnen) zijn op het welbevinden van mensen, zoals de eigen gezondheidsbeleving en de mate waarin mensen belemmeringen ondervinden in het kunnen functioneren in het alledaagse. Deze onderdelen worden elders in deze rapportage behandeld.

84% van de inwoners (18 jaar en ouder) van de gemeente Groningen is (zeer) tevreden over het eigen leven dat men momenteel leidt. Kijken we alleen naar de ‘oude gemeente’ Groningen dan bedroeg dit in 2018 83%, in 2016 was dit met 84% nagenoeg even hoog. In de nieuwere buitenwijken, zoals Gravenburg, De Hunze en Hoornse Park, als ook in de dorpen stemt het eigen leven doorgaans het meeste tot tevredenheid (allen rond de 90%). Beijum en Vinkhuizen scoren daarentegen met respectievelijk 76% en 77% beduidend lager, het laagste van de gehele gemeente.
Wanneer we kijken naar de toekomstverwachting van mensen aangaande de kwaliteit van hun leven, dan valt te constateren dat deze overwegend positief is. Ongeveer 9% van de mensen verwacht dat dit de komende 2 jaar achteruit zal gaan. Voor de ‘oude gemeente’ was dit 8% in 2018, waar dit in 2016 nog 10% betrof. We zien met name bij de groep ouderen dat dit onderdeel doorgaans wat minder hoopvol scoort. Met name in die gebieden waar relatief veel ouderen wonen zijn de percentages logischerwijs het minst gunstig, zoals in Vinkhuizen, Corpus den Hoorn, maar ook in Haren en Ten Boer (allen 14%).

Ongeveer driekwart van de inwoners (18 jaar en ouder) gaf in 2018 aan zich in de afgelopen twee weken gelukkig te hebben gevoeld, hierbij is er geen verschil te constateren tussen de oude en nieuwe gemeente. Ten opzichte van de voorgaande meting uit 2016 is dit cijfer stabiel gebleven (beiden 76%). Wel zijn er binnen de gemeente duidelijke verschillen te ontdekken in de mate waarin mensen geluk ervaren. Het minst gelukkig blijken de bewoners van Beijum, Paddepoel en Vinkhuizen te zijn (allen 69%). Ook bij dit thema zien we dat de scores in de latere nieuwbouw wijken en in de dorpse kernen het meest gunstig zijn.

Ervaren kwaliteit van leven

Laatst aangepast: 04-06-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt (zeer) tevreden te zijn over de eigen kwaliteit van het leven (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Toekomstverwachting kwaliteit van leven

Laatst aangepast: 09-08-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft te verwachten dat de kwaliteit van het eigen leven de komende twee jaar achteruit zal gaan (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Ervaren geluk

Laatst aangepast: 05-06-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt zich de afgelopen 2 weken (zeer) gelukkig te hebben gevoeld (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Toelichting: gezondheidsbeleving

Laatst aangepast: 16-04-2020

De inwoners van de gemeente Groningen zijn overwegend positief over de eigen gezondheid, 88% van de mensen ervoer deze in 2018 als (zeer) goed. In de afgelopen jaren komt uit deze beoordelingen ook een behoorlijk stabiel beeld naar voren; waar in 2014 88% van de inwoners van de (oude) gemeente aangaf de gezondheid als (zeer) goed te ervaren, was dit in 2016 en 2018 respectievelijk 89% en 87%.

De mate van waardering die we bij dit thema terug zien vertoont een zekere samenhang met onder meer de levensfase waarin personen zich bevinden. De (relatief) ‘jonge’ bevolkingsopbouw van de gemeente heeft in dit opzicht dan ook een positieve invloed op het gemeentelijke resultaat en maakt dat Groningen ook vanuit landelijk perspectief relatief gunstig scoort.
Binnen de gemeente zien we dat de buurten en wijken waar naar verhouding meer ouderen wonen doorgaans wat lager scoren, de dorpse kernen in het zuiden van de gemeente vormen in dit opzicht een positieve uitzondering. Met name daar waar het gebieden betreft waar ook relatief veel huishoudens wonen met kwetsbaarheden op andere levensdomeinen - zoals armoede en schulden - vallen de minst gunstige uitkomsten te noteren. Eerder kwam al eens in de Armoedemonitor 2016 aan het licht dat de gezondheidsbeleving van mensen met een huishoudensinkomen onder of rond het sociale minimum beduidend negatiever is dan van de groep boven dit minimum. Deze samenhang rechtvaardigt ook eens te meer de noodzakelijke brede blik op gezondheid - en armoede. Wel zijn er in enkele van deze buurten en wijken waar dit speelt positieve ontwikkelingen te constateren, zoals in De Hoogte en De Wijert.

Ervaren gezondheid

Laatst aangepast: 04-06-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt een (zeer) goede gezondheid te ervaren (ontwikkeling 2014-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Toelichting: lichamelijke gezondheid

Laatst aangepast: 04-09-2019

N.n.t.b.

Voor een uitgebreider overzicht van de cijfers per gemeente of een verdieping naar verdere achtergronden kunt u het informatiesysteem Databank van de GGD Groningen raadplegen.

Chronische aandoeningen - naar categorie (gemeenten en provincie vergeleken)

Laatst aangepast: 02-09-2019

% Personen (19 jaar e.o.) dat aangeeft één of meerdere chronische aandoeningen te hebben, naar categorie (2016)


Personen met een chronische ziekte zijn geen homogene en duidelijk omschreven categorie patienten. We duiden de term hier met 'onomkeerbare aandoeningen zonder uitzicht op volledig herstel en met een relatief lange ziekteduur'. Verder onderscheidt een chronische ziekte zich van andere aandoeningen of ziektebeelden door een langdurig beroep op de zorg (GGD Groningen).

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (GGD Groningen; 2019)

Chronische aandoeningen

Laatst aangepast: 26-07-2018

Geschat % personen (19 jaar e.o.) dat aangeeft twee of meer chronische aandoeningen te hebben (2016)


Personen met een chronische ziekte zijn geen homogene en duidelijk omschreven categorie patienten. We duiden de term hier met 'onomkeerbare aandoeningen zonder uitzicht op volledig herstel en met een relatief lange ziekteduur'. Verder onderscheidt een chronische ziekte zich van andere aandoeningen of ziektebeelden door een langdurig beroep op de zorg (GGD Groningen).

De hier gepresenteerde percentages zijn gebaseerd op de 'geschatte' scores op CBS-buurtniveau volgens de SMAP-methodiek van het RIVM. Het stedelijk gemiddelde is gebaseerd op een berekening van deze scores en wijkt daarmee licht af van de stedelijke scores gebaseerd op de rechtstreekse enqueteresultaten van de GGD.

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (SMAP) (GGD'en, CBS en RIVM; 2018)

Beperkingen zicht (gemeenten en provincie vergeleken)

Laatst aangepast: 29-08-2019

% Personen (19 jaar e.o.) dat aangeeft beperkingen te ondervinden aan het zicht (2016)

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (GGD Groningen; 2019)

Beperkingen gehoor (gemeenten en provincie vergeleken)

Laatst aangepast: 29-08-2019

% Personen (19 jaar e.o.) dat aangeeft beperkingen te ondervinden aan het gehoor (2016)

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (GGD Groningen; 2019)

Mobiliteitsbeperkingen (gemeenten en provincie vergeleken)

Laatst aangepast: 26-08-2019

% Personen (19 jaar e.o.) dat aangeeft beperkingen te ondervinden in de mobiliteit (ontwikkeling 2012-16)


In de vragenlijst van de Gezondheidsmonitor Volwassenen (en Ouderen) 2016 zijn er vragen gesteld over langdurige beperkingen in horen, zien en bewegen. Als er bij 1 van de 7 vragen is aangegeven dat er grote moeite is met of dat men ergens niet toe in staat is, dan is er sprake van een lichamelijke beperking. Er kan verder onderscheid gemaakt worden in een gehoor-, gezichts- en mobiliteitsbeperking. (GGD Groningen; 2019) In deze grafiek zijn personen met een mobiliteitsbeperking uitgelicht.

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (GGD'en, CBS en RIVM - via Waarstaatjegemeente.nl; 2019)

Mobiliteitsbeperkingen

Laatst aangepast: 26-07-2018

Geschat % personen (19 jaar e.o.) dat aangeeft beperkingen te ondervinden in de mobiliteit (2016)


De hier gepresenteerde percentages zijn gebaseerd op de 'geschatte' scores op CBS-buurtniveau volgens de SMAP-methodiek van het RIVM. Het stedelijk gemiddelde is gebaseerd op een berekening van deze scores en wijkt daarmee licht af van de stedelijke scores gebaseerd op de rechtstreekse enqueteresultaten van de GGD.

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (SMAP) (GGD'en, CBS en RIVM; 2018)

Psychosociale gezondheid (gemeenten en provincie vergeleken)

Laatst aangepast: 29-08-2019

% Personen (19 jaar e.o.) met een matige tot slechte psychische gezondheid (matig tot hoog en hoog risico op een angststoornis of depressie) (ontwikkeling 2012-16)

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (GGD Groningen; 2019)

Psychosociale gezondheid - naar gradatie (gemeenten en provincie vergeleken)

Laatst aangepast: 29-08-2019

% Personen (19 jaar e.o.) met een matige tot slechte psychische gezondheid, naar gradatie van risico (2016)

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (GGD Groningen; 2019)

Inleiding: leef- en gezondheidspatronen

Laatst aangepast: 18-09-2019

De wijze waarop mensen hun leven inrichten is van invloed op het aantal gezonde levensjaren en hun uiteindelijke levensverwachting. Een ongezonde leefstijl gaat veelal gepaard met een kortere levensduur en een hogere ziektelast, daarnaast kan dit ook een negatieve uitwerking hebben op hun (directe) omgeving. Zo kan een ongezonde leefsituatie bij gezinnen met kinderen gevolgen hebben voor de gezondheid en ontwikkeling van kinderen zelf.
Bewustwording rondom 'gezond gedrag' en leefstijlaanpassingen als gevolg ervan hebben daarmee een positieve invloed op de volksgezondheid in het algemeen. Het is dan ook van belang om te kijken naar de leefstijl die inwoners van de gemeente Groningen erop na houden, de gezondheidspatronen die hierin tot uitdrukking komen en de ontwikkelingen die hierbinnen te zien zijn. Het gaat hier dan bijvoorbeeld om roken en het gebruik van andere genotmiddelen als alcohol en drugs, maar ook om de mate van lichaamsbeweging en de voedingswijze.

Er wordt in dit deel begonnen met het kijken naar de mate waarin volwassenen bewegen en het lichaamsgewicht van volwassenen. Overgewicht en obesitas (ernstig overgewicht) kunnen leiden tot diverse ziekten en aandoeningen, waaronder diabetes, hart- en vaatziekten, hartfalen en een beroerte. Ook een hoge bloeddruk en een verhoogd cholesterolgehalte kunnen veroorzaakt worden door overgewicht. Vanwege de sterke oorzakelijke relatie met het ontstaan van ziekten, draagt overgewicht er gemiddeld genomen toe bij dat een persoon een relatief groot aantal gezonde levensjaren verliest. (GGD Groningen, 2016)
De kans op (ernstig) overgewicht wordt kleiner wanneer mensen op regelmatige basis bewegen. Volwassenen die voldoende lichaamsbeweging krijgen voelen zich doorgaans fitter en hebben een verkleinde kans op verschillende ziekten, daarnaast kan voldoende beweging het verloop van een aantal chronische aandoeningen ook gunstig beïnvloeden. Er wordt aan de hand van de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) aan volwassenen geadviseerd om minimaal een half uur per dag, gedurende 5 dagen per week, matig-intensief te bewegen. Om aan de Fitnorm te voldoen moet een volwassene minimaal 3 keer per week 20 minuten zwaar-intensief bewegen. (GGD Groningen, 2016)

In het navolgende worden deze en enkele andere relevante onderdelen uitgelicht en in cijfers weergegeven. Voor een uitgebreider overzicht aan cijfers en extra achtergrondinformatie kunt u de Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 of het Dataportaal van de GGD Groningen raadplegen.

Toelichting: beweging volwassenen

Laatst aangepast: 26-08-2019

In 2016 voldeed ca. 68% van de volwassenen in de (oude) gemeente Groningen aan de Nederlandse Norm Gezond wegen (NNGB). Daarmee is het aandeel personen dat voldoende beweegt iets gedaald ten opzichte van 2012. Landelijk is een tegengestelde ontwikkeling te zien, daar is het aandeel personen dat voldoet aan de norm licht gestegen. Wel scoort Groningen nog steeds hoger dan dit landelijke gemiddelde, ca. 5%.

Wanneer we kijken naar de mate van bewegen tussen verschillende leeftijdscategorieen (gebaseerd op provinciale cijfers), dan valt op dat de groep volwassenen in de leeftijd van 65 t/m 74 jaar het vaakst voldoet aan de beweegnorm en de groep volwassenen van 35 t/m 49 jaar het minst. Mannen voldoen iets vaker aan de norm dan vrouwen, hetzelfde geldt voor hoogopgeleiden ten opzichte van laagopgeleiden, al zijn hier de verschillen wel een stuk groter.

Ook tussen de wijken in de gemeente Groningen zijn er verschillen op dit vlak te constateren, zo voldoen volwassenen in het Centrum en de noord-westelijke wijken van de stad gemiddeld genomen beduidend minder vaak aan de beweegnorm dan elders in de stad. In het zuidwesten van de stad wordt het vaakst aan de norm voldaan.

Gezond bewegen (gemeenten en provincie vergeleken)

Laatst aangepast: 26-08-2019

% Personen (19 jaar e.o.) dat voldoet aan de Nederlandse norm gezond bewegen (NNGB) (2012 en 2016)


Een volwassen persoon voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) wanneer deze 5 of meer dagen per week minstens een half uur per dag matig of zwaar intensief beweegt (dit wordt gebaseerd op een bereking aan de hand van een uitgebreide urenbesteding per activiteit). Voor volwassenen tot 55 jaar gelden ten aanzien van de intensiteit van dit bewegen strengere eisen dan voor 55-plussers.

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (GGD'en, CBS en RIVM - Waarstaatjegemeente.nl; 2019)

Gezond bewegen

Laatst aangepast: 11-07-2018

Geschat % personen (19 jaar e.o.) dat voldoet aan de Nederlandse norm gezond bewegen (NNGB) (2016)


Een volwassen persoon voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) wanneer deze 5 of meer dagen per week minstens een half uur per dag matig of zwaar intensief beweegt (dit wordt gebaseerd op een bereking aan de hand van een uitgebreide urenbesteding per activiteit). Voor volwassenen tot 55 jaar gelden ten aanzien van de intensiteit van dit bewegen strengere eisen dan voor 55-plussers.

De hier gepresenteerde percentages zijn gebaseerd op de 'geschatte' scores op CBS-buurtniveau volgens de SMAP-methodiek van het RIVM. Het stedelijk gemiddelde is gebaseerd op een berekening van deze scores en wijkt daarmee licht af van de stedelijke scores gebaseerd op de rechtstreekse enqueteresultaten van de GGD.

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (SMAP) (GGD'en, CBS en RIVM; 2018)

Toelichting: overgewicht volwassenen

Laatst aangepast: 04-10-2018

Ca. 38% van de volwassenen in de (oude) gemeente Groningen kampte in 2016 met matig tot zwaar overgewicht. Het percentage personen dat daadwerkelijk tot de categorie 'obesitas' gerekend kan worden bedroeg 9%. Ten opzichte van de voorgaande meting uit 2012 is een minimale stijging in het aandeel personen met overgewicht te constateren (ca. 1%).
Landelijk ligt het percentage volwassenen dat kampt met overgewicht beduidend hoger dan in de gemeente Groningen, hetgeen voor een belangrijk deel is toe te schrijven aan de a-typische bevolkingsopbouw (dominantie jonge volwassenen) in de stad. Ook hier zien we ten opzichte van 2012 een stijging in personen met overgewicht, al is deze nagenoeg te verwaarlozen (nog geen procentpunt). Waar het percentage volwassenen met overgewicht tussen 1990 en 2006 telkens gestaag toenam, is deze trend in de laatste jaren duidelijk afgevlakt.

De scores binnen verschillende leeftijdscategorieen (gebaseerd op provinciale cijfers) laten een beeld zien dat sterke overeenkomsten vertoond met dat van de beweegnorm. In de leeftijd van 19 t/m 34 jaar is het percentage volwassenen met overgewicht veel lager in vergelijking met dat van de oudere groep volwassenen. Binnen deze oudere groep komt overgewicht het vaaktst voor onder volwassenen van 35 t/m 49 jaar.
Kijken we naar gender dan zien we dat er bij mannen iets vaker sprake is van overgewicht dan bij vrouwen, bij vrouwen komt daarentegen obesitas wel weer vaker voor. Daarnaast valt te constateren dat bij laagopgeleide volwassenen overgewicht vaker voorkomt dan bij hoogopgeleiden. Obesitast komt bij laagopgeleiden zelfs 4 keer zo vaak voor als bij hoogopgeleiden.

De verschillen tussen de buurten en wijken in de gemeente Groningen zijn significant, zo zijn er bijvoorbeeld duidelijke verschillen te constateren tussen het Centrum en omliggende schilwijken enerzijds en de dorpskernen aan de west- en oostkant van de stad anderzijds. De leeftijdsopbouw en gezinssamenstelling van de verschillende wijken laat zich duidelijk terug zien in het geografische patroon waar het gaat om overgewicht.
Daarnaast is - zij het in mindere mate - ook de gemiddelde sociaaleconomische status van huishoudens in de gebieden zichtbaar in de resultaten.

Overgewicht (gemeenten en provincie vergeleken)

Laatst aangepast: 26-08-2019

% Personen (19 jaar e.o.) dat kampt met (matig + obesitas) overgewicht (zelf gerapporteerd) (2012 en 2016)


Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (GGD'en, CBS en RIVM - via Waarstaatjegemeente.nl; 2019)

Overgewicht

Laatst aangepast: 27-08-2018

Geschat % personen (19 jaar e.o.) dat kampt met (matig + obesitas) overgewicht (zelf gerapporteerd) (2016)


De hier gepresenteerde percentages zijn gebaseerd op de 'geschatte' scores op CBS-buurtniveau volgens de SMAP-methodiek van het RIVM. Het stedelijk gemiddelde is gebaseerd op een berekening van deze scores en wijkt daarmee licht af van de stedelijke scores gebaseerd op de rechtstreekse enqueteresultaten van de GGD.

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (SMAP) (GGD'en, CBS en RIVM; 2018)

Toelichting: alcohol gebruik volwassenen

Laatst aangepast: 04-10-2018

n.n.t.b.

Zwaar drinken

Laatst aangepast: 11-07-2018

Geschat % personen (19 jaar e.o.) dat zegt (vaak) alcoholhoudende drank te drinken (zwaar drinken) (2016)

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (SMAP) (GGD'en, CBS en RIVM; 2018)

Overmatig drinken

Laatst aangepast: 26-07-2018

Geschat % personen (19 jaar e.o.) dat zegt (in korte tijd) veel alcoholhoudende drank te drinken (overmatig / ‘binge’ drinken) (2016)

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (SMAP) (GGD'en, CBS en RIVM; 2018)

Toelichting: roken en drugsgebruik volwassenen

Laatst aangepast: 04-10-2018

Het aandeel volwassenen van de (oude) gemeente Groningen dat rookte in 2016 bedroeg ca. 28%, waarmee dit beduidend boven het landelijk gemiddelde lag. Ook in vergelijking met andere grote steden ligt het percentage relatief hoog. Waar landelijk het aandeel volwassen rokers in 2016 was gedaald ten opzichte van 2012, laat Groningen een ongunstige ontwikkeling zien en is het aandeel juist wat toegenomen.

Tussen de buurten en wijken in de stad zijn er duidelijke verschillen waar te nemen. In het Centrum en met name de hier aangrenzende noord-oostelijke stadswijken wordt gemiddeld genomen het meest gerookt, maar ook in de andere oude stadswijken roken er relatief meer mensen dan elders in de stad. Net als bij de mate van consumpie van alcohol is ook bij het roken de invloed van de studentenpopulatie in het geografische patroon zichtbaar.

Roken (gemeenten en provincie vergeleken)

Laatst aangepast: 26-08-2019

% Personen (19 jaar e.o.) dat zegt (regelmatig) te roken (2012 en 2016)


Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (GGD'en, CBS en RIVM - via Waarstaatjegemeente.nl; 2019)

Roken

Laatst aangepast: 26-07-2018

Geschat % personen (19 jaar e.o.) dat zegt (regelmatig) te roken (2016)


De hier gepresenteerde percentages zijn gebaseerd op de 'geschatte' scores op CBS-buurtniveau volgens de SMAP-methodiek van het RIVM. Het stedelijk gemiddelde is gebaseerd op een berekening van deze scores en wijkt daarmee licht af van de stedelijke scores gebaseerd op de rechtstreekse enqueteresultaten van de GGD.

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (SMAP) (GGD'en, CBS en RIVM; 2018)

Cannabis gebruik

Laatst aangepast: 26-07-2018

% Personen (19 jaar e.o.) dat zegt (wel eens) drugs (cannabis) te hebben gebruikt (2016)

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (GGD Groningen; 2017)

Inleiding: eigen kracht, weerbaarheid en regie

Laatst aangepast: 04-09-2019

N.n.t.b.

Toelichting: regie over het leven

Laatst aangepast: 04-09-2019

Ruim 80% van de volwassen inwoners zegt bijna alles te kunnen doen waar hij zijn zinnen op heeft gezet. Bijna 90% denkt belangrijke dingen in zijn leven zelf te kunnen veranderen. We kunnen stellen dat zij de regie over hun eigen leven voeren. Lagere percentages zien we in de na-oorlogse wijken, vooral in Beijum en Vinkhuizen. Ook De Hoogte en Ten Boer vallen hierbij op.

Zelfregie (gemeenten en provincie vergeleken)

Laatst aangepast: 02-09-2019

% Personen (19 jaar e.o.) dat onvoldoende regie ervaart over het eigen leven (2016)

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (GGD Groningen; 2019)

Perceptie alles kunnen doen

Laatst aangepast: 05-06-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt bijna alles te kunnen doen waar hij of zij, zijn of haar zinnen op heeft gezet (% eens, neutraal) (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Perceptie grip op leven

Laatst aangepast: 05-06-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt weinig te kunnen doen om belangrijke dingen in zijn of haar leven te veranderen (% oneens, neutraal) (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Toelichting: beperkingen bij levensverrichtingen

Laatst aangepast: 05-06-2019

Gemeentelijk geeft 29% van de inwoners aan zich (sterk) belemmerd te voelen bij het uitvoeren van dagelijkse levensverrichtingen vanwege gezondheidsbeperkingen. Daarmee is een lichte stijging te zien ten opzichte van 2016, toen bedroeg dit 27% (oude gemeente). Er is sprake van een duidelijke samenhang tussen de aanwezigheid van gezondheidsbeperkingen enerzijds en de levensfase van een persoon anderzijds. De leeftijdsopbouw van buurten en wijken is dan ook een belangrijke verklarende factor voor de verschillen die op dit terrein binnen de gemeente te zien zijn.
Daarnaast kunnen ook sociaaleconomische factoren van invloed zijn op de gezondheidstoestand van mensen (en uiteraard andersom). Ook deze samenhang zien we hier terug in de geografische patronen; doorgaans scoren de gebieden waar relatief veel sociaaleconomisch kwetsbare huishoudens wonen ook hoger waar het gaat om de aanwezigheid van gezondheidsbeperkingen en de mate waarin zij belemmeringen ervaren in het alledaagse, en visa versa. De minst gunstig scorende wijk is in deze Corpus den Hoorn, waar 39% van de bewoners belemmeringen ervaart, gevolgd door Vinkhuizen (38%).

Het percentage inwoners dat aangeeft daadwerkelijk hulp te hebben ontvangen in de afgelopen 12 maanden is 23%. Net als bij de indicator ten aanzien van de ervaren belemmeringen door gezondheidsbeperkingen, zien we ook hier in 2018 een lichte stijging ten opzichte van 2016; van 22% in 2016 naar 24% in 2018 (oude gemeente). Qua verschillen tussen buurten en wijken komt eveneens een overeenkomstig beeld naar voren, met Corpus den Hoorn als hoogst scorende wijk (32%), De Hoogte (30%) en Paddepoel (29%) daarop volgend.

Ervaren gezondheidsbelemmeringen

Laatst aangepast: 05-06-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt zich (sterk) belemmerd te voelen door lichamelijke en/of geestelijke gezondheidsproblemen bij dagelijkse bezigheden thuis, op school, in uw werk of in uw vrijetijdsbesteding (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Hulp vanwege gezondheid

Laatst aangepast: 05-06-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt in de afgelopen 12 maanden hulp te hebben ontvangen van anderen vanwege gezondheidsproblemen of andere beperkingen (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Hulp vanwege gezondheid - naar soort

Laatst aangepast: 05-06-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) met ontvangen hulp, naar soort ondersteuning (2018)


Bij de onderliggende vraag waren meerdere antwoorden mogelijk. De som van de percentages telt daardoor op tot boven de 100%.

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Hulp vanwege gezondheid - naar ondersteuner

Laatst aangepast: 05-06-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) met ontvangen hulp per soort ondersteuning, naar type ondersteuner (2018)


De gegeven percentages betreffen telkens het aandeel personen dat hulp krijgt van de betreffende ondersteuner op het totaal van de groep dat de betreffende soort ondersteuning krijgt (en daarmee dus niet op het totaal dat een vorm van ondersteuning krijgt).

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Mantelzorg ontvangen 65+ (gemeenten en provincie vergeleken)

Laatst aangepast: 02-09-2019

% Personen (65 jaar e.o.) dat aangeeft in de afgelopen 12 maanden mantelzorg te hebben ontvangen (2016)

Bron: Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) 2016 (GGD Groningen; 2019)

Wmo voorzieningen totalen naar hoofdgroep

Laatst aangepast: 18-06-2020

Totaal aantal geïndiceerde (lopende) maatwerk voorzieningen op een zeker moment (over een heel jaar geteld) i.h.k.v. de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), per hoofdgroepen en eindtotaal (ontwikkeling 2017-'19)


De gepresenteerde aantallen betreffen hier het totaal aantal geïndiceerde voorzieningen, per hoofdgroep en het totaal, over een geheel jaar, waarbij een voorziening tenminste op een zeker moment in het betreffende teljaar 'lopende' was. Zo wordt een verstrekte indicatie in december van een voorgaand jaar, welke ook nog tenminste een dag 'geldig' is in januari van het navolgende jaar, meegenomen in de tellingen van beide jaren. In het geval van PGB tellen alleen voorzieningen mee waar ook daadwerkelijk een budget aan is toegewezen.

Een persoon kan meerdere voorzieningen hebben, ook binnen meerdere hoofdgroepen, en kan deze ook op verschillende momenten gedurende het jaar hebben (gehad). Het totaal aantal geïndiceerde voorzieningen is daardoor dan ook hoger dan het totaal aantal personen dat recht heeft gehad op een zekere voorziening.

Het moment van data-extractie was hier 06-05-2020. Vanwege de mogelijkheid tot mutaties in producten of verwerkingen anderszins die naderhand hebben kunnen plaatsvinden, kunnen met terugwerkende kracht wijzigingen voorkomen in de aantallen van de hier gepresenteerde jaren. Het gaat hier echter doorgaans om zeer geringe aantallen.

N.B.: de aantallen in 2017 en 2018 hebben betrekking op de oude gemeente Groningen, 2019 op de nieuwe gemeente (met uitzondering voor voorzieningen m.b.t. Bescherm Wonen en Maatschappelijke Opvang - deze hebben telkens betrekking op de regio, ook in tellingen van eerdere jaren)

Bron: Suite (gemeente Groningen, 2020)

Wmo personen totalen naar hoofdgroep

Laatst aangepast: 18-06-2020

Totaal aantal unieke personen met (tenminste) één geïndiceerde (lopende) maatwerk voorziening op een zeker moment (over een heel jaar geteld) i.h.k.v. de Wet maatschappelijke ondersteuning, (Wmo), per hoofdgroep en eindtotaal (ontwikkeling 2017-'19)


Het moment van data-extractie was hier 06-05-2020. Vanwege de mogelijkheid tot mutaties in producten of verwerkingen anderszins die naderhand hebben kunnen plaatsvinden, kunnen met terugwerkende kracht wijzigingen voorkomen in de aantallen van de hier gepresenteerde jaren. Het gaat hier echter doorgaans om zeer geringe aantallen.

N.B.: de aantallen in 2017 en 2018 hebben betrekking op de oude gemeente Groningen, 2019 op de nieuwe gemeente (met uitzondering voor voorzieningen m.b.t. Bescherm Wonen en Maatschappelijke Opvang - deze hebben telkens betrekking op de regio, ook in tellingen van eerdere jaren)

Bron: Suite (gemeente Groningen, 2020)

Wmo voorzieningen totalen naar subgroepen niveau 1

Laatst aangepast: 18-06-2020

Totaal aantal geïndiceerde (lopende) maatwerk voorzieningen op een zeker moment (over een heel jaar geteld) i.h.k.v. de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), per subgroepen niveau 1 (ontwikkeling 2017-'19)


De gepresenteerde aantallen betreffen hier het totaal aantal geïndiceerde voorzieningen, per Wmo subgroepen niveau 1, over een geheel jaar, waarbij een voorziening tenminste op een zeker moment in het betreffende teljaar 'lopende' was. Zo wordt een verstrekte indicatie in december van een voorgaand jaar, welke ook nog tenminste een dag 'geldig' is in januari van het navolgende jaar, meegenomen in de tellingen van beide jaren. In het geval van PGB tellen alleen voorzieningen mee waar ook daadwerkelijk een budget aan is toegewezen.

Een persoon kan meerdere voorzieningen hebben, ook binnen meerdere hoofdgroepen, en kan deze ook op verschillende momenten gedurende het jaar hebben (gehad). Het totaal aantal geïndiceerde voorzieningen is daardoor dan ook hoger dan het totaal aantal personen dat recht heeft gehad op een zekere voorziening.

Het moment van data-extractie was hier 06-05-2020. Vanwege de mogelijkheid tot mutaties in producten of verwerkingen anderszins die naderhand hebben kunnen plaatsvinden, kunnen met terugwerkende kracht wijzigingen voorkomen in de aantallen van de hier gepresenteerde jaren. Het gaat hier echter doorgaans om zeer geringe aantallen.

N.B.: de aantallen in 2017 en 2018 hebben betrekking op de oude gemeente Groningen, 2019 op de nieuwe gemeente (met uitzondering voor voorzieningen m.b.t. Bescherm Wonen en Maatschappelijke Opvang - deze hebben telkens betrekking op de regio, ook in tellingen van eerdere jaren)

Bron: Suite (gemeente Groningen, 2020)