Veel inwoners tevreden over deelname aan samenleving

Laatst aangepast: 09-09-2019

Minder bij problemen met geld en/of gezondheid

Ongeveer 80 procent van de inwoners heeft minstens eens per week contact met familie, vrienden of goede kennissen. Er is duidelijke samenhang tussen de soort contacten en het type bewoners van wijken. In typische studentenwijken als de Binnenstad en de Professorenbuurt is veel contact met vrienden. In de nieuwere buitenwijken valt juist het contact met buren en buurtgenoten positief op. Bijna alle inwoners vinden dat ze voldoende contacten hebben (96%).

Ruim drie kwart is tevreden over de manier waarop hij deelneemt aan de samenleving in de gemeente. Meer dan 80 procent gaat wel eens uit, de helft is lid van een sportclub, 40 procent heefteen creatieve hobby, 30 procent bezoekt een wijkgebouw en 20 procent levensbeschouwelijke bijeenkomsten.

Tevredenheid over contacten en ook deelname aan de samenleving zijn duidelijk lager bij inwoners met weinig geld en/of gezondheidsproblemen. Zij zeggen vaker onvoldoende contacten te hebben, en hebben ook minder frequente contacten. In beide groepen zijn er meer met contacten die ze alleen via internet kennen. Mensen met een belemmering hebben even veel contact met hun buren en buurtgenoten als anderen. Bij sporten, uitgaan en cultuur zijn wel duidelijke verschillen te zien, maar bij creatieve hobby’s, wijkgebouwen en levensbeschouwing niet.

Toelichting: sociale contacten

Laatst aangepast: 03-10-2019

Inwoners van de (nieuwe) gemeente Groningen hebben het meest op frequente basis contact met de eigen familie, nauw gevolgd door contact met vrienden, vriendinnen of goede kennissen. Gemiddeld genomen heeft 82% van de volwassenen minstens 1x per week contact met de eigen familie, voor contact met de eigen vrienden- of kennissenkring bedraagt dit 80%. Het wekelijks contact met buren of buurtgenoten is respectievelijk 56% en 29%, daarnaast geeft 35% van de volwassenen aan minstens 1x per week contact te hebben met overige inwoners van de gemeente. Tenslotte heeft 16% wekelijks contact met anderen die zij via internet kennen. Voor de contacten van de inwoners per buurt zie het buurtinformatiesysteem Gronometer.


Het wekelijkse contact met de eigen familie ligt het hoogst in de Binnenstad, in de Indische Buurt en de jongere buurten in stadsdeel Oost ligt dit contact het laagst. In de typische studentenbuurten is het wekelijkse contact met de eigen vrienden- of kennissenkring beduidend hoger dan gemiddeld, in de buitenwijken of dorpskernen is dit doorgaans een stuk lager dan gemiddeld. Kijken we naar het wekelijks contact met de eigen buren of buurtgenoten dan is in grote mate een contrair beeld te zien. In de buitenwijken is dit percentage doorgaans veel hoger, in de Binnenstad en omringende stadswijken is dit juist veelal veel lager.

Er is gemeentelijk nauwelijks sprake van ontwikkeling ten aanzien van de verschillende vormen van contact, wanneer de uitkomsten van 2016 en 2018 worden vergeleken. Alleen het wekelijks contact met de groep overige inwoners van de gemeente is beduidend teruggelopen. Op buurt- en wijkniveau wordt overigens op verschillende onderdelen wel meer dynamiek zichtbaar.
De persoonlijke situatie en eigen levensfase waarin men zich bevindt, alsook het leefstijl- of ‘mentality’ profiel waar diegene toe gerekend kan worden, zijn duidelijk zichtbaar in de cijfers. Ook het woonmilieu en de mate waarin ontmoeting mogelijk is spelen hierin een rol, zo is het contact in de meer traditionele grondgebonden gezinswijken en dorpse gebieden meer lokaal georiënteerd en is dit in de meer stadse buurten en wijken meer gemeentelijk of breder georiënteerd. In de latere uitbreidings- en inbreidingswijken met veel koopvoorraad is het contact doorgaans gemêleerd van karakter, maar minder intensief. De verschillen in aard en intensiteit van het contact binnen het eigen netwerk zijn desondanks niet één op één verklarend voor de wijze waarop men dit contact waardeert.

In de navolgende grafieken presenteren we de cijfers op het gemeentelijke niveau en voor een aantal buurten en wijken, voor cijfers van alle buurten en wijken en andere verdiepende informatie kunt u het buurtinformatiesysteem Gronometer raadplegen.

Sociale contacten - naar soort

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt één keer per week of vaker contact te hebben met iemand, naar soort contact (2018)

Het betreft hier de standcijfers van de (nieuwe) gemeente Groningen (indeling 2019)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Contact familie

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt één keer per week of vaker contact te hebben met één of meer familieleden (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Contact vrienden

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt één keer per week of vaker contact te hebben met vrienden, vriendinnen of goede kennissen (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Contact buren

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt één keer per week of vaker contact te hebben met de buren (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Contact overige buurtgenoten

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt één keer per week of vaker contact te hebben met overige buurtgenoten (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Contact overige inwoners gemeente

Laatst aangepast: 03-08-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt één keer per week of vaker contact te hebben met overige inwoners van de gemeente (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Contact internet

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt één keer per week of vaker contact te hebben met mensen die men (alleen) via internet kent (email, social media, e.d.) (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Toelichting: betekenisvolle relaties

Laatst aangepast: 03-10-2019

Inwoners van de (nieuwe) gemeente Groningen zijn overwegend zeer positief over de mate waarin zij contacten onderhouden met anderen, maar liefst 96% (2018) geeft aan voldoende contacten te hebben met anderen. Deze uitkomst is ten opzichte van 2016 op gemeentelijk niveau stabiel gebleven. In de nieuwere buurten en wijken, waar relatief veel (jonge) gezinnen wonen, zijn de percentages doorgaans het hoogst, in de oudere stadswijken en naoorlogse uitbreidingswijken, waar relatief veel (alleenstaande) jonge volwassenen en ouderen wonen, zijn deze doorgaans het laagst. Desondanks vindt in de wijk met het laagste percentage nog altijd 93% van de mensen dat men in voldoende mate contact heeft met anderen.

Voor de contacten van de inwoners per buurt zie het buurtinformatiesysteem Gronometer.

De tevredenheid van de inwoners over het meedoen aan de Groningse samenleving is eveneens hoog, zij het dat dit percentage wel wat minder hoog ligt dan de mate waarin het contact als voldoende wordt ervaren en dat deze ten opzichte van 2016 ook iets lager uitvalt. Met deze indicator wordt een algemeen beeld gegeven van hoe mensen hun deelname aan de samenleving, en het maatschappelijke verkeer daarbinnen, in brede zin ervaren en waarderen. In 2018 is 78% van de volwassen inwoners hierover (zeer) tevreden (77% waar het de oude gemeente betreft), in 2016 bedroeg dit 80% (eveneens de oude gemeente betreffende). De verschillen tussen buurten, wijken en dorpen binnen de gemeente zijn maar beperkt significant.
Wel zien we in de typische studentenwijken en met name ook de gebieden waar relatief veel lagere inkomensgroepen wonen wat lagere percentages. Bij huishoudens met een minimum inkomen of net daarboven heeft de inkomenssituatie een grote, negatieve invloed op verschillende aspecten van het eigen leven, zo ook op de mate waarin zij (kunnen) participeren in de samenleving. Er is bij deze indicator dan ook een duidelijke relatie zichtbaar met de arbeids- en inkomenssituatie, zo kwam ook in de Armoedemonitor 2016 naar voren. Huishoudens in een armoedesituatie scoorden destijds beduidend minder op de verschillende facetten van het deelhebben in het maatschappelijke verkeer. Zo betrof de mate van tevredenheid van minima ten aanzien van deze specifieke indicator (in 2016) 67% en van niet-minima 83%.

Waar de tevredenheid over de mate van contact en het meedoen aan de samenleving overwegend hoog scoren, ervoer desondanks iets meer dan een kwart (27%) van de inwoners in de (nieuwe) gemeente in 2018 een tekortkoming waar het gaat om de kwaliteit van de contacten uit het eigen netwerk. Zij hebben het gevoel dat zij (te) weinig mensen hebben in hun omgeving waarmee zij écht kunnen praten. De minst gunstig scorende buurten en wijken zijn (bijna) allemaal gebieden waar ook relatief veel ouderen en/of alleenstaanden wonen. Het risico op emotionele eenzaamheid, waarbij sprake is van een ervaren gemis van een intieme band met een persoon, is hier het hoogst.
Hoewel op gemeentelijk niveau als ook voor de meeste buurten en wijken in 2018 weliswaar gunstige ontwikkelingen zichtbaar zijn ten opzichte van de voorgaande meting in 2016, zijn de verschillen binnen de gemeente wel beduidend. Zo zien we in Oosterhaar en Glimmen percentages van rond de 80%, waar het gaat om inwoners die aangeven voldoende mensen te kennen waarmee hij of zij écht kan praten, en in Lewenborg en De Wijert percentages van net iets boven de 60%.

Naast te kijken naar de mate waarin mensen diepgaande relaties hebben, is ook gekeken in welke mate inwoners van de gemeente Groningen sociale steun ervaren uit hun omgeving. In 2018 gaf 91% van de volwassenen aan voldoende mensen te kennen die diegene om hulp of advies zou kunnen vragen indien daar aanleiding toe is, in 2016 bedroeg dit percentage 89%. De percentages van buurten, wijken en dorpen lopen minder uiteen dan bij het ‘écht kunnen praten’, wel zien we dat ook hier de gebieden waar relatief veel ouderen wonen overwegend iets minder positief scoren. Ditzelfde geldt overigens ook in die gebieden waar relatief veel studenten wonen en/of economisch kwetsbare huishoudens. Het zijn deze gebieden waar het risico op sociale eenzaamheid wat groter is.
Het risico op sociale en/of emotionele eenzaamheid onder volwassenen (en ouderen) wordt ook door de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) onderzocht via de gezondheidsenquête aan van meerdere items* die tezamen een resulteren in een eenzaamheidsscore. Ca. 40% van de volwassenen (19 jaar en ouder) van de (nieuwe) gemeente Groningen had in 2016 een verhoogd risico op eenzaamheid, landelijk is dit ca. 43%. In 2012 bedroeg dit voor Groningen ca. 37%, daarmee is het aandeel in negatieve zin ontwikkeld. Dit beeld is ook landelijk zichtbaar, in 2012 bedroeg dit landelijk ca. 39%. Haren en Ten Boer scoren iets gunstiger, dit kan met het dorpse karakter te maken hebben. De relatief gunstige score van Groningen ten opzichte van het landelijke heeft ook te maken met de leeftijdsopbouw van de bevolking.

* De indicatoren ‘écht kunnen praten..’ en ‘advies kunnen vragen..’ zijn elk ook afgeleiden van één van deze (11) items.

Voldoende contact

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt voldoende contact te hebben met anderen (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Meedoen aan samenleving

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt (zeer) tevreden te zijn over de manier waarop hij of zij meedoet in de Groningse samenleving (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Perceptie echt kunnen praten

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt dat er slechts weinig mensen zijn met wie hij of zij echt kan praten (neutraal, oneens) (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Perceptie advies kunnen vragen

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt voldoende mensen te kennen om hulp of advies te kunnen vragen (neutraal, eens) (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Eenzaamheid (gemeenten vergeleken)

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Personen (19 jaar e.o.) dat zich matig tot (zeer) ernstig eenzaam voelt (ontwikkeling 2012-16)


Eenzaamheid is een negatieve situatie, gekenmerkt door gemis en teleurstelling. De eenzaamheidsschaal van ‘De Jong-Gierveld’ is gebruikt om eenzaamheid te meten. In de vragenlijst staan 11 stellingen eenzaamheid, waarbij men kan aangeven in hoeverre iemand het ermee eens is. Iemand is eenzaam bij minstens 3 ongunstige scores, vanaf 9 ongunstige scores is iemand ernstig eenzaam.

Binnen het begrip eenzaamheid maakt men onderscheid tussen sociale en emotionele eenzaamheid. Emotionele eenzaamheid treedt op als iemand een hechte, intieme band mist met één ander persoon, in de meeste gevallen een levenspartner. Een uitspraak voor het meten van emotionele eenzaamheid is bijvoorbeeld ‘Ik mis een echte goede vriend of vriendin’.

Van sociale eenzaamheid is sprake als iemand betekenisvolle relaties met een bredere groep mensen zoals kennissen, collega’s, buurtgenoten of mensen met dezelfde belangstelling mist; een intieme partnerrelatie kan sociale eenzaamheid niet opheffen. Sociale eenzaamheid wordt gemeten met onder andere de uitspraak: ‘Wanneer ik daar behoefte aan heb, kan ik altijd bij mijn vrienden terecht’. (GGD Groningen; 2019)

Bron: enquête Gezondheidsmonitor Volwassenen (en Ouderen) 2016 (GGD'en, CBS en RIVM; via Waarstaatjegemeente.nl; 2019)

Inleiding: sociaal-culturele participatie

Laatst aangepast: 28-08-2019

In dit onderdeel gaat het over actief meedoen met sport en het ontplooien van culturele activiteiten (zowel cultuur bezoek als zelf activiteiten ontplooien).

In het navolgende worden enkele relevante ontwikkelingen op dit beleidsthema voor de (oude) gemeente Groningen en een 4-tal wijken gepresenteerd. Voor een volledig overzicht van de cijfers per buurt of wijk kunt u het buurtinformatiesysteem Gronometer raadplegen.

Toelichting: sport- en cultuurbeoefening

Laatst aangepast: 03-10-2019

Het percentage volwassen inwoners van de gemeente Groningen dat in 2018 actief aan sport deed is 73%, in 2016 bedroeg dit 74%. 59% van de volwassenen deed dit op wekelijkse basis (2018), in 2016 was dit 60%. De resultaten van de verschillende buurten, wijken en dorpen lopen zeer uiteen; zo geeft 86% van de mensen in de Schildersbuurt aan dat zij wel eens sporten, waar dit in Ten Boer 60% is. Er is in de uitkomsten een duidelijke relatie te zien tussen de leeftijd en levensfase van bewoners en de mate van sportbeoefening. We zien dan ook dat in de wijken waar relatief veel studenten wonen de percentages beduidend hoger liggen dan gemiddeld en dat deze juist lager liggen in de wijken waar relatief veel ouderen wonen.
Iets minder dan de helft (47%) van de geënquêteerde inwoners gaf in 2018 aan lid te zijn van een sportvereniging of sportschool, ook hier zien we een marginale daling ten opzichte van 2016 (48%) *. Ook hier is de invloed van de leeftijdsverdeling van de populatie terug te zien in de cijfers op buurt- en wijkniveau. Wel lijkt de relatie met de inkomenssituatie hier sterker naar voren te komen, zo scoort De Hoogte bijvoorbeeld naar verhouding lager dan op basis van de leeftijdsopbouw en mate van sportbeoefening verwacht zou kunnen worden.

* Er is voor wat betreft de uitkomsten van 2018 geen verschil te zien tussen de nieuwe en de oude gemeente Groningen.

In de gemeente Groningen geeft 41% van de volwassen inwoners aan wel eens cultuur georiënteerde hobby’s uit te oefenen, zoals het bespelen van een muziekinstrument, aan dansen te doen of te schilderen. Gemeente breed is hierbij geen ontwikkeling te zien tussen 2016 en 2018. Wel zien we tussen buurten, wijken en dorpen verschillen en is in meerdere gebieden zelf wel een ontwikkeling te zien. In de buurten in en rond het centrum liggen de percentages doorgaans hoger, zoals in de Binnenstad en de Professorenbuurt. In de (wat oudere) buitenwijken en dorpen is juist het tegenovergestelde zichtbaar, met name in Paddepoel en Hoornse Meer liggen de beduidend percentages lager. De levensfase waarin men zich bevindt, als ook het ‘mensprofiel’ * waartoe men geschaard kan worden, kunnen hierin een verklarende factor spelen.

* Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u het onderdeel over leefstijlprofielen binnen het beleidsthema ‘Samen leven’ raadplegen.

Actief sporten (ja)

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt (wel eens) actief te sporten (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Actief sporten (wekelijks)

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt (wekelijks) actief te sporten (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Lidmaatschap sportvereniging

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt lid te zijn van een sportvereniging of sportschool (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Culturele hobby beoefenen

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt (wel eens) culturele hobby's uit te oefenen, zoals muziek spelen, dansen, schilderen, e.d. (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Toelichting: cultuur deelname en overig uitgaan

Laatst aangepast: 03-10-2019

Het overgrote deel van de inwoners van de gemeente gaat er wel eens op uit om naar een aan cultuur gerelateerde activiteit of voorstelling te gaan, zoals het bezoeken van een film, concert of museum. In 2018 bedroeg dit 88% van de volwassen inwoners. Maar ook het bezoek brengen aan andere soorten van uitgaans- of horecagelegenheden scoort hoog. Zo bezocht 84% van de volwassenen in 2018 wel eens een festival, braderie of evenement, maar liefst 90% kwam in 2018 wel eens in een café, restaurant of discotheek.
De verschillen tussen 2016 en 2018 zijn op deze onderdelen beperkt, tussen buurten, wijken en dorpen zijn er wel meer verschillen zichtbaar. Zeker wanneer gekeken wordt naar hoe frequent men deze activiteiten of uitstapjes onderneemt. Het ligt voor de hand dat vooral inwoners van de studentenwijken meer op regelmatige basis er op uitgaan, ook bij inwoners met een hoger inkomensniveau is dit het geval. In de Armoedemonitor van 2016 werd dit beeld al eens bevestigd door op deze terreinen van (sociaal-culturele) participatie specifiek te kijken naar de verschillen tussen de groepen minima en niet-minima.

Een duidelijk ander beeld komt naar voren wanneer we kijken naar het bezoek van activiteiten in een wijkgebouw, bibliotheek of cultureel centrum. Gemiddeld genomen brengt ongeveer 30% van de inwoners hieraan wel eens een bezoek. Uit de cijfers blijkt dat met name in de dorpen en in enkele stadswijken als De Wijert en Oosterhoogebrug het bezoeken hiervan beduidend hoger ligt. De levensfase en leefstijl van mensen, als ook de mate van gemeenschapszin onder buurt-, wijk of dorpsbewoners, lijken hierin een belangrijke rol van betekening te hebben. Zo valt er een duidelijke samenhang te constateren met de sociale binding en - cohesie in gebieden.

Bezoek film, concert of museum

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt één keer per maand of vaker een film- of theatervoorstelling, concert of museum te bezoeken (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Bezoek activiteit wijkgebouw, bibliotheek of cultureel centrum

Laatst aangepast: 06-08-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt één keer per maand of vaker een activiteit in een wijkgebouw, bibliotheek of cultureel centrum te bezoeken (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Bezoek festival, braderie of evenement

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt één keer per maand of vaker een festival, braderie of evenement te bezoeken (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Bezoek café, restaurant of discotheek

Laatst aangepast: 03-10-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt één keer per maand of vaker een café, restaurant of discotheek te bezoeken (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Toelichting: bezoek levensbeschouwelijke bijeenkomsten

Laatst aangepast: 03-10-2019

Bijna 20% van de volwassen inwoners van de nieuwe gemeente Groningen gaf in 2018 aan wel eens religieuze of andere levensbeschouwelijke bijeenkomsten bij te wonen. Voor de oude gemeente Groningen bedroeg dit in 2018 18%, in 2016 was dit 19%. Met name in Ten Boer (36%), maar ook in wijken en dorpen als Oosterhaar, Vinkhuizen, Hoogkerk, Beijum en Selwerd (allen rond de 25%), is het bezoek hieraan bovengemiddeld hoog. In de buurten in en rond de binnenstad liggen de percentages veelal een stuk lager.

Bezoek bijeenkomst kerk, moskee of andere levensbeschouwelijke groep

Laatst aangepast: 06-08-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt één keer per maand of vaker een kerk, moskee, of andere godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomst te bezoeken (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)