Armoede blijft een probleem voor veel Groningers en hun kinderen

Hoewel de werkgelegenheid tot en met 2019 toenam, leven nog altijd veel inwoners van de gemeente Groningen van een minimuminkomen. Dit geldt ook voor één op de vijf kinderen in de gemeente. Ongeveer 18 procent van de huishoudens en 14 procent van de inwoners leeft van een minimuminkomen (2015). Zij zijn aangewezen op de goedkope huurwoningen, die vooral staan in de oude wijken ten noorden van het centrum en in de na-oorlogse wijken.

Betaald werk is een belangrijke bron van inkomsten. De werkloosheid uitgedrukt in Geregistreerd Werkzoekenden UWV (GWU) is sinds 2018 afgenomen van 9,8 naar 9,2 procent in 2020. In sommige wijken, vooral in Selwerd en De Hoogte, zien we negatievere ontwikkelingen in de werkloosheid.

Begin 2020 ontvingen in totaal ruim 23.000 huishoudens in de oude gemeente Groningen een uitkering wegens werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Dit zijn er iets minder dan in 2017. In een afname van het aantal WW-uitkeringen zagen we de toegenomen werkgelegenheid terug. In de loop van 2020 is het aantal mensen met een WW uitkering weer toegenomen.

Laatst aangepast: 09-02-2021

Toelichting: gemiddelde inkomens

Laatst aangepast: 09-02-2021

De gemiddelde (besteedbare) persoons- en huishoudensinkomens van inwoners uit de (nieuwe) gemeente Groningen bedroegen in 2018 respectievelijk €28.700,- en €36.200,- per jaar. De inkomens in Groningen zijn daarmee gemiddeld genomen beduidend lager dan elders in Nederland, en ook in vergelijking met andere grote steden vallen deze gemiddeld genomen veelal lager uit.
We zien bij de inkomensverdeling dat met name de laagste inkomensgroep relatief sterk vertegenwoordigd is in Groningen. Hierop zijn tenminste twee factoren van invloed; er bevinden zich in de gemeente relatief veel personen in een minimasituatie, daarnaast kent Groningen een relatief grote studentenpopulatie. Ook zij hebben doorgaans een laag inkomen.

In het navolgende worden enkele relevante cijfers voor de gemeente gepresenteerd. Voor een uitgebreider overzicht van de inkomenscijfers, bijvoorbeeld per buurt of wijk, kunt u het buurtinformatiesysteem Gronometer van OIS Groningen raadplegen.

NB: inkomensgegevens komen met een vertraging van twee jaar beschikbaar. Dit omdat de definitieve inkomens bekend moeten zijn voordat de statistieken door het cbs gemaakt kunnen worden.

Gemiddelde inkomens

Laatst aangepast: 09-02-2021

Gemiddeld inkomen van huishoudens: besteedbaar en gestandaardiseerd en gemiddeld inkomen van personen met inkomen, Groningen (nieuwe gemeente) vergeleken met Nederland (2018)


Het gestandaardiseerde inkomen is het gemiddeld inkomen gecorrigeerd naar samenstelling en grootte van het huishouden.

Door het CBS wordt jaarlijks het gemiddelde inkomen van de Nederlandse bevolking onderzocht. Berekeningen van de gemiddelde inkomens kunnen na 2 jaar worden gemaakt, nadat de belastingdienst de inkomens definitief heeft vastgesteld.

De resultaten worden bekend gemaakt in de inkomensstatistieken. De inkomensgegevens worden weergegeven van twee groepen: Alle inwoners met inkomen en huishoudens. Het huishoudinkomen bestaat uit de som van de inkomens van de afzonderlijke leden van een huishouden. Bij de berekeningen van de huishoudensinkomens worden de studenten- en institutionele huishoudens buiten beschouwing gelaten. De koopkracht geeft informatie over het gemiddelde inkomen van de bevolking ten opzichte van Nederland als geheel (Nederland=100). De koopkracht wordt berekend aan de hand van het gestandaardiseerd inkomen van huishoudens: het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden.

Bron: Inkomensstatistieken (CBS)

Gemiddeld inkomen - naar 20 procentgroepen

Laatst aangepast: 09-02-2021

Inkomens in 20 procentsgroepen naar aantal huishoudens, Groningen (nieuwe gemeente) vergeleken met Nederland (2018)


Bij de 20 procentsverdeling worden alle huishoudens in Nederland qua hoogte van het gestandaardiseerde inkoemen verdeeld in 5 gelijke groepen, van arm naar rijk. Om de gemeente Groningen in landelijk perspectief te zetten kijken we hoe veel Groningse huishoudens in de 5 groepen vallen.

Bron: Inkomensstatistieken (CBS)

Gemiddeld inkomen - koopkrachtindex

Laatst aangepast: 09-02-2021

Koopkrachtindex 2018, Nederland=100


De koopkrachtindex wordt berekend door het gestandaardiseerde huishoudensinkomen te vergelijken met dat van Nederland gemiddeld, waarbij we het gemiddeld inkomen de huishoudens in Nederland op 100 stellen.

Ten opzichte van de oude gemeente Groningen is de koopkracht van de nieuwe gemeente Groningen dichter bij het gemiddelde komen te liggen.

Bron: Inkomensstatistieken (CBS)

Inleiding: armoede en minima

Laatst aangepast: 12-09-2019

In dit onderdeel wordt nader ingegaan op de groepen inwoners van de gemeente Groningen die op basis van hun (besteedbaar) huishoudinkomen onder of rond het sociaal (economisch) minimum leven of die een zekere moeite ervaren in het rondkomen ervan. Armoede gaat over het (langdurig) niet kunnen beschikken over toereikende financiële middelen om (zelfstandig) te kunnen voldoen aan de minimaal noodzakelijk geachte goederen en voorzieningen voor een volwaardig leven.

Allereerst wordt met behulp van cijfers afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gekeken naar het aandeel huishoudens en kinderen binnen huishoudens dat tot de minimagroep gerekend kan worden, hetgeen gebeurd op basis van inkomensgegevens en een referentiebudget van 110% van het beleidsmatig minimum. Hierbij wordt ook gekeken naar de duur van de situatie en enkele relevante achtergrondkenmerken van deze groep. Met het zicht hebben op de groep minimahuishoudens kan op een objectieve wijze een inschatting gemaakt worden van de mate van armoede in de gemeente en de ontwikkeling ervan, als ook het vergelijken van deze met andere gemeenten en regio's.
Naast de cijfers van het CBS zijn ook inkomensgegevens beschikbaar die afkomstig zijn van eigen gemeentelijk onderzoek, waarbij via een enquête aan inwoners gevraagd is naar het netto besteedbaar inkomen. Op basis van het opgegeven inkomen en de huishoudsamenstelling - en door deze af te zetten tegen gestelde referentiegrenzen - zijn huishoudens ingedeeld naar inkomenscategorieën, waaronder huishoudens die leven van een ‘sociaal minimum’. Deze groep huishoudens leeft van een budget dat niet tot nauwelijks voldoet aan de als minimaal benodigd veronderstelde hoogte, waarmee nog redelijkerwijs voldaan kan worden aan het doen van onvermijdbare, basale uitgaven om als zelfstandig huishouden te kunnen functioneren.

Er wordt hier echter ook breder gekeken dan naar alleen de feitelijke en opgegeven inkomenssituaties zelf. Zo wordt ook ingegaan op de perceptie van inwoners zelf over de eigen inkomenssituatie en hun toekomstverwachting hierover. Dit reikt verder dan huishoudens met minima-inkomens en/of situaties in armoede. Bij het 'kunnen rondkomen' gaat het ook over de mate van balans tussen inkomsten enerzijds en de feitelijke consumptie van mensen anderzijds, en de mate waarin iemand hierover regie heeft en in staat is financieel zelfstandig te zijn. Iemand met een dusdanig inkomen waarvan 'geacht wordt' dat men hiermee in staat zou moeten zijn om zelfstandig te kunnen voorzien in de primair veronderstelde levensbehoeften, en daarmee volgens de gehanteerde definitie niet in armoede leeft, kan desondanks moeite ondervinden bij het draaiend houden van het financiële huishouden. Daarbij geeft dit tevens een indicatie over hoe 'duur' mensen het leven op dit moment ervaren, zowel minima als niet-minima.

Toelichting: minima huishoudens

Laatst aangepast: 13-09-2019

De (oude) gemeente Groningen behoort tot de gemeenten in Nederland met het hoogste aandeel huishoudens in armoede (zie ook: Sociaal Cultureel Planbureau (SCP); 2019).

Kijken we naar het percentage huishoudens dat zich 1 jaar of langer in een minimasituatie bevindt op basis van de gehanteerde definitie van het CBS, dan valt op dat Groningen hierin zelfs na Rotterdam het hoogste scoort met 18,8% (2017), 11,3% bevindt zich reeds 4 jaar of langer in deze situatie. Opvallend is dat deze laatste groep in de afgelopen jaren gestaag in aandeel is toegenomen (in 2014 betrof dit 9,9%). De groep huishoudens die 1 jaar of langer tot de minima behoort is na een lichte daling - in 2015 en 2016 - weer terug op het niveau van 2014.
Van het aantal minderjarige kinderen in de (oude) gemeente Groningen groeit 15,6% ervan op in een huishouden dat zich in een minimasituatie bevindt en dus rond moet komen van een huishoudinkomen tot 110% van het sociaal minimum. Dit komt neer op iets minder dan 1 op de 6 minderjarige kinderen.

De grootste leeftijdsgroep onder minima wordt in Groningen gevormd door huishoudens van 25 tot 45 jaar (39%) (o.b.v. de hoofdkostwinner), gevolgd door de groep 45 tot 65 jaar (35%). Bijna 1 op de 5 van de minimahuishoudens valt binnen de groep 65 jaar en ouder. Het merendeel van de minimahuishoudens bestaat uit een eenpersoonshuishouden (75,4%), daarna volgen eenouderhuishoudens (11,4%). Stellen bevinden zich dus relatief gezien aanzienlijk minder vaak in een minimasituatie.
Het grootste deel van de minima in Groningen bestaat tevens uit huishoudens met een Nederlandse achtergrond (67%), 22% van de minimahuishoudens kent een niet-westerse migratieachtergrond. Binnen de huishoudgroepen met een migratieachtergrond (westers en niet-westers) komen minimasituaties wel beduidend vaker voor dan onder Nederlandse huishoudens; waar dit binnen de Nederlandse huishoudens 15,6% betreft, is dit binnen de andere twee groepen respectievelijk 21% en 42,9%.

Ruim 80% van de mensen dat zich in een werkloosheidssituatie bevindt, behoort tot de minimagroep. Dit is met 46,1% ook de grootste groep huishoudens binnen de totale minimagroep, wanneer we kijken naar de primaire inkomstenbron. 1 op de 5 minima heeft een pensioen als voornaamste inkomstenbron, 17% van de minima is werknemer of zelfstandige en heeft inkomsten uit betaald werk.

Minima huishoudens - top 5 gemeenten

Laatst aangepast: 09-08-2019

% Huishoudens behorend tot minima, naar duur (2017*)


Onder minima verstaan we hier personen of huishoudens behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum.

Het betreft hier voorlopige cijfers over 2017

Bron: Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek / SSB (CBS; 2019)

Minima huishoudens - naar duur

Laatst aangepast: 09-08-2019

% Huishoudens behorend tot minima, naar duur (ontwikkeling 2014-17*)


Onder minima verstaan we hier particuliere huishoudens behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum.

Het betreft hier voorlopige cijfers over 2017 voor de oude gemeente Groningen

Bron: Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek / SSB (CBS; 2019)

Minima huishoudens - naar leeftijd

Laatst aangepast: 09-08-2019

% Huishoudens behorend tot minima (langer dan 1 jaar), per leeftijdsgroep, op het totaal aantal minima (gemeente Groningen (oud), 2017*)


Onder minima verstaan we hier particuliere huishoudens behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum.

Het betreft hier voorlopige cijfers over 2017

Bron: Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek / SSB (CBS; 2019)

Minima huishoudens - naar type huishouden

Laatst aangepast: 09-08-2019

% Huishoudens behorend tot minima (langer dan 1 jaar), per type huishouden, op het totaal aantal minima (gemeente Groningen (oud), 2017*)


Onder minima verstaan we hier particuliere huishoudens behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum.

Hier wordt gekeken naar de hoofdkostwinner.

Het betreft hier voorlopige cijfers over 2017

Bron: Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek / SSB (CBS; 2019)

Minima huishoudens - naar migratieachtergrond

Laatst aangepast: 19-08-2019

% Huishoudens behorend tot minima (langer dan 1 jaar), per type migratieachtergrond, op het totaal aantal minima (gemeente Groningen (oud), 2017*)


Onder minima verstaan we hier particuliere huishoudens behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum.

Hier wordt gekeken naar de hoofdkostwinner.

Het betreft hier voorlopige cijfers over 2017

Bron: Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek / SSB (CBS; 2019)

Minima huishoudens - naar primaire inkomstenbron

Laatst aangepast: 19-08-2019

% Huishoudens behorend tot minima (langer dan 1 jaar), per type primaire inkomstenbron, op het totaal aantal minima (gemeente Groningen (oud), 2017*)


Onder minima verstaan we hier particuliere huishoudens behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum.

Hier wordt gekeken naar de hoofdkostwinner.

Het betreft hier voorlopige cijfers over 2017

Bron: Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek / SSB (CBS; 2019)

Toelichting: inkomensverschillen tussen buurten en wijken

Laatst aangepast: 13-09-2019

Er zijn duidelijke verschillen in gemiddelde persoons- en huishoudinkomens tussen de buurten en wijken van de gemeente. Dit geldt ook voor de aandelen huishoudens in een minimasituatie en aandelen kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden. In met name de oude stadswijken aan de noordoostkant van het Centrum en de naoorlogse uitbreidingswijken aan de noordwest en oostelijke kant van de stad wonen relatief veel huishoudens die onder of rond het sociaal (economisch) minimum leven. De Hoogte en - in iets mindere mate - de Indische Buurt springen er op dit vlak in negatieve zin iets uit. Wel is er in deze wijken een gunstige ontwikkeling te zien en worden de verschillen met de rest van de gemeente relatief gezien iets kleiner.

Opvallend zijn hier wel de ontwikkelingscijfers rondom de lage inkomensgroepen - en de invloed van studenten hierop - wanneer we kijken naar de zelf opgegeven inkomenssituatie via de gemeentelijke enquête. De ontwikkeling is beduidend minder gunstig wanneer deze groep uitgesloten wordt in de data. Voor de (oude) gemeente Groningen zien we bij uitsluiting zelfs een ongunstige ontwikkeling tussen 2016 en 2018 voor wat betreft het aandeel personen met een laag inkomen (rond of onder het sociaal minimum), waar we een juist een gunstige ontwikkeling zien wanneer we de groep studenten wel meenemen. Bij nagenoeg eenzelfde representatie van de studentenpopulatie in het onderzoek zou dit duiden op een gemiddeld genomen positieve ontwikkeling van de inkomenssituatie onder deze groep.

Minima huishoudens

Laatst aangepast: 23-07-2018

% Particuliere huishoudens behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum (2015)

Bron: Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek / SSB (CBS; 2018)

Personen in minima

Laatst aangepast: 10-07-2018

% Personen behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum (2015)

Bron: Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek / SSB (CBS; 2018)

Kinderen in minima

Laatst aangepast: 10-07-2018

% Minderjarige kinderen (0 t/m 17 jaar) behorend tot de doelpopulatie opgroeiend in een huishouden met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum (2015)

Bron: Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek / SSB (CBS; 2018)

Minima huishoudens met kinderen

Laatst aangepast: 23-07-2018

% Particuliere huishoudens behorend tot de doelpopulatie met minderjarige kinderen (0 t/m 17 jaar) met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum (2015)

Bron: Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek / SSB (CBS; 2018)

Huishoudens met laag inkomen

Laatst aangepast: 07-08-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt een netto huishoudinkomen te hebben dat gerekend kan worden tot een inkomenssituatie van onder of rond het sociaal minimum (ontwikkeling 2014-18)



Voor het categoriseren van de inkomenssituatie van een huishouden naar een inkomen onder of rond het sociaal minimum gaan we uit van een netto maandinkomen van minder dan 1.100,- euro bij een eenpersoonshuishouden en van een (gezamenlijk) netto maandinkomen van 1.100,- tot 1.500,- euro bij een twee- of meerpersoonshuishouden.

Bron: wijkenenquête Basismonitor (OIS Groningen; 2019)

Huishoudens met laag inkomen - excl. studenten

Laatst aangepast: 07-08-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) (excl. studenten) dat zegt een netto huishoudinkomen te hebben dat gerekend kan worden tot een inkomenssituatie van onder of rond het sociaal minimum (ontwikkeling 2016-18)


Voor het categoriseren van de inkomenssituatie van een huishouden naar een inkomen onder of rond het sociaal minimum gaan we uit van een netto maandinkomen van minder dan 1.100,- euro bij een eenpersoonshuishouden en van een (gezamenlijk) netto maandinkomen van 1.100,- tot 1.500,- euro bij een twee- of meerpersoonshuishouden.

Bron: wijkenenquête Basismonitor (OIS Groningen; 2019)

Toelichting: percepties rondkomen

Laatst aangepast: 05-09-2019

Ca. 8% van de bevraagde volwassenen van de oude gemeente Groningen ervoer in 2018 (veel) moeite met het rondkomen van het eigen huishoudinkomen, voor de nieuwe gemeente telde dit 7%. Dit betekent, net als in 2016, een positieve ontwikkeling ten opzichte van de voorgaande meting (11% in 2014 en 9% in 2016). Daarentegen is de toekomstverwachting over de eigen inkomenssituatie iets afgenomen in positiviteit, 41% van de volwassenen verwachtte in 2018 dat deze in de komende twee jaar gelijk blijft of vooruit zal gaan (waar dit in 2016 44% bedroeg).

Inwoners met een inkomen onder of rond het sociaal minimum ervaren - naar verwachting - de meeste moeite met rondkomen. De verschillen tussen de buurten en wijken binnen de gemeente op dit vlak zijn in lijn met de eerder beschreven inkomensverschillen. In De Hoogte ervoeren de meeste mensen moeite, gevolgd door Selwerd, Indische Buurt en Vinkhuizen. De verschillen tussen deze vier wijken en de overige zijn beduidend; wel zien we in met name De Hoogte, maar ook in enkele andere minder scorende buurten en wijken, een positieve lijn en ontwikkelen zij zich dichter naar het gemeentelijk gemiddelde toe.
Ten aanzien van de toekomstverwachting zijn ouderen doorgaans het minst positief over de inkomensontwikkeling, daarnaast zien we dat in de buurten en wijken waar relatief veel huishoudens wonen met een gemiddeld genomen hoog inkomen ook op dit vlak minder positief scoren. Het is opvallend om te zien dat de buurten en wijken waar relatief veel jongeren (en studenten) woonachtig zijn, met name de woongebieden in en rond het centrum, het meest ongunstig scoren ten aanzien van de ontwikkeling op dit vlak.

Moeite met rondkomen

Laatst aangepast: 06-08-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt moeite te hebben met rondkomen van het huishoudinkomen (ontwikkeling 2014-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Toekomstverwachting rondkomen

Laatst aangepast: 07-08-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft te verwachten dat de inkomenssituatie van het huishouden de komende twee jaar gelijk blijft of vooruit zal gaan (ontwikkeling 2016-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Inleiding: arbeidsparticipatie

Laatst aangepast: 05-09-2019

In dit subthema wordt informatie geboden over de mate van arbeidsparticipatie onder de (potentiële) beroepsbevolking van de gemeente Groningen. Een voorwaarde om financieel redzaam te kunnen zijn, en daarmee uit een situatie in armoede te kunnen klimmen dan wel te blijven, is het hebben van voldoende inkomen en stabiliteit hierin over een langere periode. Het hebben van een eigen inkomen uit betaald werk is hierbij in veel gevallen de eerste basis. Er wordt onder meer gekeken naar de groep mensen dat niet werkzaam is. Ook wordt gekeken naar achtergrondkenmerken van deze groep.

Hier staan totalen GWU, voor GWU per buurt en wijk zie het buurtinformatiesysteem Gronometer.

Toelichting: werklozen (GWU)

Laatst aangepast: 22-04-2020

Geregistreerde Werkzoekenden bij UWV’ (GWU). Dit cijfer geeft een beter beeld van het aantal werkzoekenden op de arbeidsmarkt dan de NWW waar vroeger mee gewerkt werd.

GWU wordt gedefinieerd als 'Werkzoekenden die bij UWV staan geregistreerd met een WW-, bijstands-, WAJONG-, WAO- of WGA-uitkering, of die als werkzoekenden een CV op Werk.nl hebben geplaatst zonder te beschikken over een dienstverband (van minimaal 1 uur) voor zover bij UWV bekend.

Werkenden

Laatst aangepast: 20-11-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft meer dan 12 uur per week te werken (ontwikkeling 2014-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Werkloos/AWW/WAO

Laatst aangepast: 20-11-2019

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft werkloos te zijn c.q. AWW/WAO te hebben (ontwikkeling 2014-18)

Bron: Enquête leefbaarheid 2018 (OIS Groningen, 2019)

Niet-werkende werkzoekenden

Laatst aangepast: 25-11-2019

% Niet-werkende werkzoekenden (NWW’ers) op de totale potentiële beroepsbevolking (ontwikkeling 2009-2018)

Voor de ontwikkeling over de afgelopen 10 jaar hebben we nog gebruik gemaakt van de NWW cijfers (niet Werkende Werkzoekenden) van het UWV. Aantallen GWU zijn pas sinds 2018 beschikbaar.

Bron: UWV Werkbedrijf, 2019

GWU percentage, 2018 tot 2020

Laatst aangepast 22-04-2020

GWU, percentage van de potentiële beroepsbevolking, begin van het jaar.


GWU: Geregistreerd Werkzoekenden UWV. Het gaat hier om de niet werkenden gedeeld op de potentiële beroepsbevolking, het aantal inwoners van 15 tot en met 64 jaar.

Inde figuur staat het percentage GWU ten opzichte van de potentiële beroepsbevolking, januari 2020 (ultimo 2019) waren er in de gemeente Groningen 15.700 GWU.

Bron: CBS, UWV Werkbedrijf, 2020

GWU naar leeftijd en geslacht

Laatst aangepast 11-12-2020

GWU naar leeftijd en geslacht, begin van het jaar

Bron: UWV Werkbedrijf, 2020

GWU naar opleidingsniveau

Laatst aangepast 11-12-2020

GWU naar opleidingsniveau, begin van het jaar


Laag = geen, basisonderwijs, vmbo, mbo 1,2 Midden = havo, vwo, mbo 3,4 Hoog = hbo, wo

Bron: UWV Werkbedrijf, 2020

GWU, Groningen vergeleken

Laatst aangepast 22-04-2020

GWU, percentage van de beroepsbevolking, Groningen vergeleken 2020 (ultimo 2019)


GWU gedeeld op de beroepsbevolking (CBS), Dit percentage wijkt af dat in de van de overige grafieken doordat de beroepsbevolking afwijkt van de potentiele beroepsbevolking (de bevolking vanb 15-64 jaar).

Bron: UWV Werkbedrijf, 2020

Uitkeringen - naar soort

Laatst aangepast: 09-02-2021

Aantal uitkeringen, naar soort (ontwikkeling 2012-20)



De uitkeringen Werkeloosheidswet (WW) en de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen zijn van personen. De uitkeringen Participatiewet en IOAW (uitkering voor oudere werklozen) zijn per huishouden, een huishouden kan uit 1 persoon bestaan.

Aantallen vanaf 2019 de nieuwe gemeente. Voor aantal uitkeringen Participatiewet per buurt zie het buurtinformatiesysteem Gronometer

Bron: UWV, gemeente Groningen