Armoede: daling op lange termijn
Het aandeel inwoners dat in armoede leeft in de gemeente Groningen is structureel hoger dan gemiddeld in Nederland. In 2024 valt 5,8% van de inwoners in Groningen onder de (nieuwe) armoedegrens, meer dan in Nederland (3,1%).
In 2025 hebben het CBS, SCP en Nibud een nieuwe methode ontwikkeld om armoede te meten. Behalve naar inkomen is hierbij ook gekeken naar wat een huishouden overhoudt na het betalen van woon- en energielasten en zorgpremie. Daarnaast neemt de methode de financiële buffer (het vermogen) van huishoudens mee. Dit alles levert andere aantallen op en (deels) andere groepen inwoners die in armoede leven. Ook maakt het de uitkomsten gevoeliger voor veranderingen als woon- en energielasten en koopkrachtmaatregelen. In de Armoedemonitor behandelen we deze verschillen uitgebreid; deze verschijnt in april 2026.
Het aantal inwoners onder de (nieuwe) armoedegrens daalde van 24.700 naar 13.400 tussen 2018 en 2024. Bij de grens 110% van het sociaal minimum lagen de aantallen hoger en was de daling in dezelfde periode veel geringer: van 24.100 naar 22.200. In 2024 zien we bij de armoedegrens een stijging ten opzichte van 2023 van 4,9% naar 5,8% (+ 2.300 personen).
In de gemeente Groningen woont 3,5% van de minderjarige kinderen in een huishouden dat te maken heeft met armoede: 1.200 kinderen. Gemiddeld in Nederland is dit 2,8% van de kinderen. Het aandeel kinderen in armoede daalde sinds 2018. In Groningen gaat het om een daling van 4.000 naar 1.200 kinderen tussen 2018 en 2024. Bij 110% van het sociaal minimum gaat het in dezelfde periode om een afname van 4.300 naar 3.600 kinderen; van 13% naar 11%.
Werk verhoogt meestal het inkomen tot boven de armoedegrens, al geldt dat niet voor iedereen. Het werkloosheidspercentage is in de afgelopen jaren gedaald van 8,4% in 2019 naar 7,4% in 2025. Dit betekent dat steeds meer inwoners aan het werk zijn. Toch verschilt de werkloosheid sterk per wijk. De hoogste percentages zien we in de wijkvernieuwingswijken.
Omgekeerd is de (netto) arbeidsdeelname in de gemeente in de afgelopen jaren is toegenomen tot 72% in 2024 (in 2014 was dat 63%), tot vlak onder het landelijke gemiddelde. Vooral onder jongeren is de arbeidsdeelname toegenomen, en ook meer dan gemiddeld in het land.

Inwoners in armoede
Percentage inwoners van Nederland en de gemeente Groningen dat in armoede leeft, 2018-2024*
* voorlopige cijfers
bron: CBS
Kinderen in armoede
Percentage minderjarige kinderen in de gemeente Groningen en Nederland dat in armoede leeft, 2018-2024*
* voorlopige cijfers
bron: CBS
Minima huishoudens, algemeen
Percentage huishoudens en minderjarige kinderen in huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum, Groningen en Nederland, 2014-2023
Minimahuishoudens hebben een inkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum, exclusief (personen in) studentenhuishoudens
bron: CBS, Armoedescan
Inkomen en woning
Mening over de woningen, minima en niet-minima, 2022
bron: OIS Groningen, enquête leefbaarheid, armoedemonitor
Inkomen en woonbuurt
Mening over de woonbuurt, minima en niet-minima, 2022
Prettige omgang: percentage dat positief antwoord op de stelling: buren gaan op een prettige manier met elkaar om
Voelen zich thuis: percentage dat positief antwoord op de stelling: ik voel mij thuis bij de mensen in deze buurt
Soms/vaak een onveilig gevoel: percentage dat zich vaak of soms onveilig voelt in de buurt.
bron: OIS Groningen, enquête leefbaarheid, armoedemonitor
Jongeren met bijstand
Aantal jongeren <27 jaar met een uitkering participatiewet naar leeftijdsgroep, 2021-2025
bron: gemeente Groningen
Toelichting: gemiddelde inkomens
De gegevens over (besteedbare) inkomens van personen en huishoudens in de gemeente Groningen zijn afkomstig van het CBS.
De populatie waarvan de inkomens berekend zijn bestaat uit (personen in) particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (en/of eventuele partner) een volledig jaarinkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering. De inkomenscijfers zijn exclusief die van de studentenhuishoudens (tenzij anders vermeld).
De gemiddelde inkomens van personen en huishoudens bedroegen in 2023 respectievelijk €35.600 en €47.300 per jaar. Dit is exclusief de personen in studentenhuishoudens. De inkomens in Groningen zijn daarmee gemiddeld genomen lager dan elders in Nederland. Ook in vergelijking met andere grote steden zijn de inkomens in de gemeente Groningen gemiddeld genomen veelal lager.
We zien bij de inkomensverdeling dat met name de laagste inkomensgroep relatief sterk is vertegenwoordigd in Groningen. Hierop zijn ten minste twee factoren van invloed: er bevinden zich in de gemeente relatief veel personen in een minimasituatie en Groningen heeft een relatief grote studentenpopulatie. Ook zij hebben doorgaans een laag inkomen.
In het navolgende worden enkele relevante cijfers voor de gemeente gepresenteerd. Voor een uitgebreider overzicht van de inkomenscijfers, bijvoorbeeld per buurt of wijk, kunt u het buurtinformatiesysteem Gronometer van OIS Groningen raadplegen.
N.B. Inkomensgegevens komen met een vertraging van twee jaar beschikbaar. Dit omdat de definitieve inkomens bekend moeten zijn voordat het CBS de statistieken kan maken.
Gemiddelde inkomens
Gemiddeld inkomen, drie varianten: besteedbaar inkomen van huishoudens, gestandaardiseerd inkomen van huishoudens en gemiddeld inkomen van personen met inkomen, Groningen vergeleken met Nederland (2023)
Het gestandaardiseerde inkomen is het gemiddeld inkomen gecorrigeerd naar samenstelling en grootte van het huishouden.
Door het CBS wordt jaarlijks het gemiddelde inkomen van de Nederlandse bevolking onderzocht. Berekeningen van de gemiddelde inkomens kunnen na 2 jaar worden gemaakt, nadat de belastingdienst de inkomens definitief heeft vastgesteld.
De resultaten worden bekend gemaakt in de inkomensstatistieken. De inkomensgegevens worden weergegeven van twee groepen: Alle inwoners met inkomen en huishoudens. Het huishoudinkomen bestaat uit de som van de inkomens van de afzonderlijke leden van een huishouden. Bij de berekeningen van de huishoudensinkomens worden de studenten- en institutionele huishoudens buiten beschouwing gelaten. De koopkracht geeft informatie over het gemiddelde inkomen van de bevolking ten opzichte van Nederland als geheel (Nederland=100). De koopkracht wordt berekend aan de hand van het gestandaardiseerd inkomen van huishoudens: het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden.
Het besteedbaar inkomen is het bruto inkomen verminderd met belastingen en premies.
Het gestandaardiseerde inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Het gestandaardiseerde inkomen wordt ook gebruikt voor de berekening van de koopkracht ten opzichte van het Nederlands gemiddelde.
Het inkomen van personen met inkomen is dat van personen met een heel jaarinkomen.
bron: Inkomensstatistieken (CBS)
Inkomens naar 20 procentgroepen
Inkomens in 20 procents groepen naar aantal huishoudens, Groningen vergeleken met Nederland (2023)
Bij de 20 procentsverdeling worden alle huishoudens in Nederland qua hoogte van het gestandaardiseerde inkoemen verdeeld in 5 gelijke groepen, van arm naar rijk. Om de gemeente Groningen in landelijk perspectief te zetten kijken we hoe veel Groningse huishoudens in de 5 groepen vallen.
bron: Inkomensstatistieken (CBS)
Gemiddeld inkomen - koopkrachtindex
Inkomsten naar bron
Inkomsten naar bron van het inkomen, Groningen en Nederland, percentages, 2023
bron: Inkomensstatistieken (CBS)
Inleiding: Armoede en minima
In dit onderdeel gaan we in op de groepen inwoners van de gemeente Groningen die leven van een inkomen onder of rond het beleidsmatig minimum en/of moeite hebben om rond te komen. Armoede is daarbij: (langdurig) niet voldoende financiële middelen hebben om (zelfstandig) te voorzien in de minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen voor een volwaardig leven.
Eerst volgen cijfers over inkomens afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). We kijken naar huishoudens met een huishoudensinkomen lager dan 110% van het beleidsmatig minimum. Ook kijken we naar de personen en kinderen in deze huishoudens. Studentenhuishoudens blijven hierbij buiten beschouwing. Het beleidsmatig minimum is ongeveer even hoog als een bijstandsuitkering.
Verder brengen we een aantal andere kenmerken in beeld, zoals de duur van het lage inkomen.
Deze gegevens geven een objectief beeld van de mate van armoede in de gemeente en de ontwikkeling daarvan. En we kunnen die vergelijken met andere gemeenten en regio's.
Er zijn ook cijfers uit eigen gemeentelijk onderzoek. In de Enquête leefbaarheid is inwoners gevraagd naar het netto besteedbaar inkomen (in categorieën). Er is ook gevraagd naar de moeite die het kost om rond te komen, en naar de toekomstverwachting voor het inkomen.
Dit reikt verder dan feitelijke inkomens. Bij 'kunnen rondkomen' gaat het over de balans tussen inkomsten en uitgaven, en in hoeverre iemand hierover regie heeft en financieel zelfstandig is. Iemand met een hoger inkomen kan bijvoorbeeld vastzitten aan hoge kosten, en daardoor moeite ondervinden met rondkomen. En iemand met een laag inkomen kan er zo goed in zijn om de tering naar nering te zetten, dat het goed lukt om rond te komen. Deze vraag geeft ook een indicatie over hoe 'duur' de inwoners het leven op dit moment vinden, zowel minima als niet-minima.
Zie voor de minima per wijk het buurtinformatiesysteem Gronometer
Minima huishoudens
De gemeente Groningen behoort tot de gemeenten in Nederland met het hoogste aandeel huishoudens in armoede (zie ook: Sociaal Cultureel Planbureau (SCP); 2019).
Kijken we naar het percentage huishoudens dat zich 1 jaar of langer in een minimasituatie bevindt op basis van de gehanteerde definitie van het CBS valt op dat van de steden Groningen na Rotterdam het hoogst scoort met 11,2% (2021), 6,3% bevindt zich reeds 4 jaar of langer in deze situatie.
Van het aantal minderjarige kinderen in de gemeente Groningen groeide in 2024 11% ervan op in een huishouden dat zich in een minimasituatie bevindt en dus rond moet komen van een huishoudinkomen tot 110% van het sociaal minimum. Dit komt neer op iets minder dan 1 op de 9 á 10 minderjarige kinderen. In 2019 was dit nog 1 op de 8 kinderen.
In totaal waren er in de gemeente in 2018 17.200 minimahuishoudens, in 2024 was dit aantal afgenomen tot 16.200. De grootste leeftijdsgroep onder minima wordt in Groningen in gevormd door huishoudens van 25 tot 45 jaar (36%) (de hoofdkostwinner), gevolgd door de groep 45 tot 65 jaar (32%). Van de minimahuishoudens valt 1 op de 4 binnen de groep 65 jaar en ouder. Het merendeel van de minimahuishoudens bestaat uit een eenpersoonshuishouden of een eenouderhuishouden. Stellen bevinden zich relatief gezien aanzienlijk minder vaak in een minimasituatie.
Ruim 85% van de mensen dat zich in een werkloosheidssituatie bevindt, behoort tot de minimagroep. Dit is met bijna 45% ook de grootste groep huishoudens binnen de totale minimagroep.
Minima top 6 gemeenten
% Huishoudens behorend tot minima, naar duur (2024)
Onder minima verstaan we hier personen of huishoudens behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum.
Groningen vergeleken met een aantal grote en middelgrote gemeenten.
bron: CBS, Inkomensstatistieken
Minima naar duur
% Huishoudens langdurig behorend tot minima, (ontwikkeling 2019-2024), Groningen en Nederland
Het zijn de huishoudens die een inkomen hebben tot maximaal 110% van het sociaal minimum, langdurig is 4 jaar of langer.
bron: CBS, Inkomensstatistieken
Minima naar leeftijd
Huishoudens met een laag inkomen naar leeftijdsklasse van de hoofdkostwinner, 2024
Percentage minima per groep (links) en de verdeling van de groepen op het totaal, 2024

Inkomens tot 110% van het sociaal minimum. Exclusief studentenhuishoudens.
bron: CBS, Inkomensstatistieken
Minima naar type huishouden
Huishoudens met een laag inkomen naar naar type huishouden, 2024
Percentage minima per groep (links) en de verdeling van de groepen op het totaal, 2024

Inkomens tot 110% van het sociaal minimum. Exclusief studentenhuishoudens.
bron: CBS, Inkomensstatistieken
Minima naar migratieachtergrond
Huishoudens met een laag inkomen naar migratieachtergrond van de hoofdkostwinner, 2024
Percentage minima per groep (links) en de verdeling van de groepen op het totaal

Inkomens tot 110% van het sociaal minimum. Exclusief studentenhuishoudens.
Migranten: Personen geboren in het buitenland
Kinderen van migranten Personen waarvan een of beide ouders geboren zijn in het buitenland
bron: CBS, Inkomensstatistieken
Minima naar primaire inkomstenbron
Huishoudens met een laag inkomen naar type primaire inkomstenbron in het huishouden, 2024
Percentage minima per groep (links) en de verdeling van de groepen op het totaal

Inkomens tot 110% van het sociaal minimum. Exclusief studentenhuishoudens.
bron: CBS, Inkomensstatistieken
Minima huishoudens, algemeen
Percentage minima: totaal van alle huishoudens, percentage personen dat leeft in minimahuishoudens, percentage huishoudens met kinderen die tot de minima behoren en percentage kinderen (0 t/m 17 jaar) dat in minimahuishoudens leeft, 2024

Minimahuishoudens hebben een inkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum, Exclusief (personen in) studentenhuishoudens
bron: CBS, Inkomensstatistieken
Kinderen in minimahuishouden - wijken
Percentage kinderen (0 t/m 17 jaar) opgroeiend in een huishouden met een inkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum, gemeente en een aantal wijken (2020 en 2023)
bron: CBS, Inkomensstatistieken
Kunnen rondkomen
Ongeveer 10% van de bevraagde volwassenen ervoer in 2024 (veel) moeite met het rondkomen van het eigen huishoudinkomen, dit percentage is aanmerkelijk lager dan in 2022, toen 15%.
Inwoners met een inkomen onder of rond het sociaal minimum ervaren - naar verwachting - de meeste moeite met rondkomen. De verschillen tussen de buurten en wijken binnen de gemeente op dit vlak zijn in lijn met de eerder beschreven inkomensverschillen. In De Hoogte en Vinkhuizen ervaren veel mensen moeite, ook in de Binnenstad, en de Binnenstad-oost met veel studenten is dit percentage hoog, 16%.
In 2024 is ook gevraagd of de inwoners moeite hebben met het betalen van bepaalde soorten kosten. Moeite met betalen dagelijkse boodschappen heeft gemiddeld 10 procent van de respondenten, ongeveer 9 procent kan moeilijk de huur of hypotheek betalen en 11 procent heeft moeite met het betalen van de zorg en zorgverzekering.

Moeite met rondkomen
% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt moeite te hebben met rondkomen van het huishoudinkomen (ontwikkeling 2020, 2022 en 2024)
De wijken waar het hoogste percentage inwoners moeite heeft met rondkomen vergeleken met het gemeentelijk gemiddelde.
bron: OIS Groningen, enquête leefbaarheid
Moeite met betalen uitgaven
% Bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft moeite te hebben met het betalen van bepaalde uitgaven naar soort uitgave, wijken vergeleken, 2024

Wijken met de hoogte percentages vergeleken met het gemiddelde van de gemeente en met wijken met de laagste percentages
bron: OIS Groningen, enquête leefbaarheid
Werkloosheid/armoede/schulden is een probleem
% Bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft dat werkloosheid/armoede/schulden een van de belangrijkste problemen is in de wijk, wijken vergeleken, 2024
De wijken waarvan het hoogste percentage inwoners aangeeft dat werkloosheid/armoede/schulden een probleem is vergeleken met het gemeentelijk gemiddelde en met de wijken waar dit probleem volgens de inwoners het minste speelt.
bron: OIS Groningen, enquête leefbaarheid
Inleiding: arbeidsparticipatie
In dit subthema wordt informatie geboden over de mate van arbeidsparticipatie onder de (potentiële) beroepsbevolking van de gemeente Groningen. Een voorwaarde om financieel redzaam te kunnen zijn, en daarmee uit een situatie in armoede te kunnen klimmen dan wel te blijven, is het hebben van voldoende inkomen en stabiliteit hierin over een langere periode. Het hebben van een eigen inkomen uit betaald werk is hierbij in veel gevallen de eerste basis. Er wordt onder meer gekeken naar de groep mensen dat niet werkzaam is. Ook wordt gekeken naar achtergrondkenmerken van deze groep.
Hier staan totalen GWU, (Geregistreerd Werkzoekenden UWV) voor GWU per buurt en wijk zie het buurtinformatiesysteem Gronometer.
Voor vergelijking van Groningen met een aantal grote en middelgrote gemeenten zie deze tabel met als bron het UWV werkbedrijf.

Arbeidsparticipatie van de inwoners
Potentiele beroepsbevolking, werkenden en het deel daarvan wat in de gemeente Groningen werkt, 2018-2024
De potentiële beroepsbevolking is het aantal inwoners van 15 tot en met 64 jaar.
bron: gemeente Groningen, CBS
Werkloosheid in de gemeente
Werkloosheid uitgedrukt in Geregistreerd Werkzoekenden UWV (GWU), percentages van de buurten vergeleken, 2025

bron: UWV werkbedrijf
Werkloosheid als probleem in de wijken
% Bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft dat werkloosheid/armoede/schulden het belangrijkste probleem is in de wijk (ontwikkeling 2020-2024)
% inwoners va 18 jaar en ouder dat vindt dat Werkloosheid/armoede/schulden het belangrijkste probleem in de wijk is.
De wijken met de hoogste percentages vergeleken met het gemeentelijk gemiddelde en met de wijken met de laagste percentages.
bron: OIS Groningen, enquête leefbaarheid
Toelichting: werklozen (GWU)
GWU wordt gedefinieerd als 'Werkzoekenden die bij UWV staan geregistreerd met een WW-, bijstands-, WAJONG-, WAO- of WGA-uitkering, of die als werkzoekenden een CV op Werk.nl hebben geplaatst zonder te beschikken over een dienstverband (van minimaal 1 uur), voor zover bij UWV bekend'.
In de figuur staat het percentage GWU van de potentiele beroepsbevolking (inwoners van 15 t/m 64 jaar)
GWU: Geregistreerd Werkzoekenden UWV. Het gaat hier om de niet werkenden gedeeld op de potentiële beroepsbevolking, het aantal inwoners van 15 tot en met 64 jaar. Peildata: ultimo voorgaand jaar/ 1 januari.
bron: UWV Werkbedrijf, gemeente Groningen
GWU naar leeftijd en geslacht
GWU naar leeftijd en geslacht, ultimo voorgaand jaar, 2021-2025
bron: UWV Werkbedrijf
GWU in de wijken
% Geregistreerde werkzoekenden UWV op de totale potentiële beroepsbevolking in een aantal wijken (ontwikkeling 2018-2025)
De wijken met de hoogste percentages GWU zijn vergeleken met het gemeentelijke gemiddelde. Het percentage is berekend uit het absuluut aantal GWU gedeeld door de bevolking van 15 tot en met 64 jaar.
bron: UWV Werkbedrijf, gemeente Groningen
GWU, Groningen vergeleken
GWU, percentage van de bevolking van 15 tot en met 64 jaar, Groningen vergeleken , januari 2025
GWU gedeeld op de beroepsbevolking (CBS), Dit percentage wijkt af dat in de van de overige grafieken doordat de beroepsbevolking (CBS) afwijkt van de potentiele beroepsbevolking.
bron: UWV Werkbedrijf, CBS
Inleiding
Het aantal uitkeringen Participatiewet ligt in 2024 nog steeds rond de 9.000, nadat dit sinds 2020 gelijkmatig afnam vanaf 10.000. In de afgelopen 10 jaren is de ontwikkeling in het aantal bijstandsuitkeringen in Groningen meestal minder sterk geweest dan gemiddeld in Nederland. Toenames waren kleiner, en afnames ook. Sinds 2021 is dit veranderd: de afnames zijn in Groningen groter dan gemiddeld. We concluderen dat het op dit gebied in Groningen de laatste jaren beter gaat dan gemiddeld en beter dan in het verleden.
De afgelopen periode is er een opmerkelijke toename in het aantal jongeren onder de 27 jaar dat een bijstandsuitkering ontvangt. Het betreft een toename van bijna 30% in twee jaar (260 personen). Er zijn verschillende factoren die hierbij waarschijnlijk een rol spelen: de bijstand is de eerste voorziening geweest vóór wajong- en sw-uitkeringen, er zijn meer jonge statushouders en extra pas afgestudeerden na studievertraging door corona. Verder is er mogelijk verband met een ander thema dat de laatste jaren in de belangstelling staat: veel jongeren ervaren psychische druk. De jeugdgezondheidsenquête onder middelbare scholieren wijst uit dat dit in de gemeente Groningen duidelijk is toegenomen en bij een hoger percentage jongeren speelt dan in Nederland gemiddeld.
Uitkeringen - naar soort
Aantal uitkeringen naar soort, ultimo voorgaand jaar/1 januari (ontwikkeling 2014-2024)
De uitkeringen Werkeloosheidswet (WW) en de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen zijn van personen. De uitkeringen Participatiewet en IOAW (uitkering voor oudere werklozen) zijn per huishouden, een huishouden kan uit 1 persoon bestaan.
Onder de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen vallen de WOA, Wajong, WAZ en WIA.
Aantallen vanaf 2019 de nieuwe gemeente. Voor aantal uitkeringen Participatiewet per buurt zie het buurtinformatiesysteem Gronometer
bron: UWV, gemeente Groningen
Participatiewet naar wijk
Percentage inwoners met een uitkering participatiewet naar buurt, januari 2024

bron: gemeente Groningen
Uitkeringen participatiewet naar duur
Uitkeringen participatiewet en IOAW/Z naar duur van de uitkering, 2021 en 2024

bron: Gemeente Groningen
WW uitkeringen
Aantal werkloosheids (WW) uitkeringen ultimo voorgaand jaar, 2019-2025
bron: UWV werkbedrijf
In- en uitstroom WW uitkeringen
In- en uitstroom van WW uitkeringen per jaar, uitstroom naar reden van uitstroom, 2019-2024

bron: UWV werkbedrijf
Uitkeringen arbeidsongeschiktheid
Uitkeringen arbeidsongeschiktheid naar soort uitkering, ultimo voorgaand jaar, 2020-2024.
WAO =Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
WIA = Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Wajong = Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten
WAZ = Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
bron: UWV werkbedrijf