Huishoudens met één volwassene vaak op sociaal minimum

Hoewel de werkgelegenheid toenam, leven nog altijd veel inwoners van de gemeente Groningen van een minimuminkomen.

Dit geldt ook voor één op de zes kinderen in de gemeente. In Groningen leeft 13,8 procent van de huishoudens op 105% van het sociaal minimum en landelijk is dit 8,4 procent (2020). In Groningen zijn dit 24 procent van de eenoudergezinnen en bijna 22 procent van de eenpersoonshuishoudens. Deze percentages zijn aanmerkelijk hoger dan gemiddeld in Nederland. Van de paren zonder of met kinderen leeft ongeveer 4 procent op of onder het sociale minimum. Zij zijn aangewezen op de goedkope huurwoningen, die vooral staan in de oude wijken ten noorden van het centrum en in de na-oorlogse wijken.

Betaald werk is een belangrijke bron van inkomsten. De werkloosheid uitgedrukt in Geregistreerd Werkzoekenden UWV (GWU) is sinds 2018 afgenomen van 9,8 naar 8,6 procent in 2022.

Begin 2021 ontvingen in totaal 24.000 huishoudens in de oude gemeente Groningen een uitkering wegens werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Dit zijn er iets meer dan in 2020. In een afname van het aantal WW-uitkeringen tot 2019 zagen we de toegenomen werkgelegenheid terug. In de loop van 2020 is het aantal mensen met een WW uitkering weer toegenomen.

Inwoners met weinig geld en/of gezondheidsproblemen zijn duidelijk minder tevreden over contacten en hun deelname aan de samenleving.

thema rondkomen.jpg

Percentage huishoudens in armoede

Laatst aangepast: 12-01-2022

Percentage huishoudens in armoede naar type huishouden, Groningen vergeleken met Nederland, 2020

bron: CBS inkomensstatistieken

Minima

Laatst aangepast: 08-06-2021

Armoede en minima, 2018, wijken vergeleken.

Percentage mensen in armoede, de armoede in de figuur is samengesteld uit:

  • Minima huishoudens
  • Kinderen in minima huishoudens
  • Lage inkomens (exclusief studentenhuishoudens)
  • Inwoners die aangeven moeite te hebben om rond te komen.
  • Inwoners die niet verwachten dat hun inkomen vooruit zal gaan.

Armoede, subjectief en objectief

Oranje is relatief veel minima en groen is relatief weinig minima

bron: CBS inkomensstatistieken en enquête leefbaarheid (OIS Groningen)

Werkloosheid in de gemeente

Laatst aangepast: 15-03-2022

Werkloosheid uitgedrukt in Geregistreerd Werkzoekenden UWV (GWU), percentages van de buurten vergeleken, 2021

GWU_buurt_2021.png

Percentage ten opzichte van de bevolking van 15 tot en met 64 jaar, de potentiele beroepsbevolking.

bron: UWV werkbedrijf

Toelichting: gemiddelde inkomens

Laatst aangepast: 09-02-2021

De gemiddelde (besteedbare) persoons- en huishoudensinkomens van inwoners uit de gemeente Groningen komen van het CBS.

De populatie waarvan de inkomens berekend zijn bestaat uit (personen in) particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) een volledig jaarinkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

De gemiddelde inkomens van personen en huishoudens bedroegen in 2019 respectievelijk €29.700,- en €38.400,- per jaar. De inkomens in Groningen zijn daarmee gemiddeld genomen beduidend lager dan elders in Nederland, en ook in vergelijking met andere grote steden vallen deze gemiddeld genomen veelal lager uit.
We zien bij de inkomensverdeling dat met name de laagste inkomensgroep relatief sterk vertegenwoordigd is in Groningen. Hierop zijn tenminste twee factoren van invloed; er bevinden zich in de gemeente relatief veel personen in een minimasituatie, daarnaast kent Groningen een relatief grote studentenpopulatie. Ook zij hebben doorgaans een laag inkomen.

In het navolgende worden enkele relevante cijfers voor de gemeente gepresenteerd. Voor een uitgebreider overzicht van de inkomenscijfers, bijvoorbeeld per buurt of wijk, kunt u het buurtinformatiesysteem Gronometer van OIS Groningen raadplegen.

NB: inkomensgegevens komen met een vertraging van twee jaar beschikbaar. Dit omdat de definitieve inkomens bekend moeten zijn voordat de statistieken door het CBS gemaakt kunnen worden.

Gemiddelde inkomens

Laatst aangepast: 12-01-2022

Gemiddeld inkomen van huishoudens: besteedbaar en gestandaardiseerd en gemiddeld inkomen van personen met inkomen, Groningen (nieuwe gemeente) vergeleken met Nederland (2019)


Het gestandaardiseerde inkomen is het gemiddeld inkomen gecorrigeerd naar samenstelling en grootte van het huishouden.

Door het CBS wordt jaarlijks het gemiddelde inkomen van de Nederlandse bevolking onderzocht. Berekeningen van de gemiddelde inkomens kunnen na 2 jaar worden gemaakt, nadat de belastingdienst de inkomens definitief heeft vastgesteld.

De resultaten worden bekend gemaakt in de inkomensstatistieken. De inkomensgegevens worden weergegeven van twee groepen: Alle inwoners met inkomen en huishoudens. Het huishoudinkomen bestaat uit de som van de inkomens van de afzonderlijke leden van een huishouden. Bij de berekeningen van de huishoudensinkomens worden de studenten- en institutionele huishoudens buiten beschouwing gelaten. De koopkracht geeft informatie over het gemiddelde inkomen van de bevolking ten opzichte van Nederland als geheel (Nederland=100). De koopkracht wordt berekend aan de hand van het gestandaardiseerd inkomen van huishoudens: het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden.

Bron: Inkomensstatistieken (CBS)

Gemiddeld inkomen - naar 20 procentgroepen

Laatst aangepast: 12-01-2022

Inkomens in 20 procentsgroepen naar aantal huishoudens, Groningen (nieuwe gemeente) vergeleken met Nederland (2019)


Bij de 20 procentsverdeling worden alle huishoudens in Nederland qua hoogte van het gestandaardiseerde inkoemen verdeeld in 5 gelijke groepen, van arm naar rijk. Om de gemeente Groningen in landelijk perspectief te zetten kijken we hoe veel Groningse huishoudens in de 5 groepen vallen.

Bron: Inkomensstatistieken (CBS)

Gemiddeld inkomen - koopkrachtindex

Laatst aangepast: 10-08-2022

Koopkrachtindex 2020, Nederland=100


De koopkrachtindex wordt berekend door het gestandaardiseerde huishoudensinkomen te vergelijken met dat van Nederland gemiddeld, waarbij we het gemiddeld inkomen de huishoudens in Nederland op 100 stellen.

Ten opzichte van de oude gemeente Groningen is de koopkracht van de nieuwe gemeente Groningen dichter bij het gemiddelde komen te liggen.

Bron: Inkomensstatistieken (CBS)

Inleiding: armoede en minima

Laatst aangepast: 12-09-2019

In dit onderdeel wordt nader ingegaan op de groepen inwoners van de gemeente Groningen die op basis van hun (besteedbaar) huishoudinkomen onder of rond het sociaal (economisch) minimum leven of die een zekere moeite ervaren in het rondkomen ervan. Armoede gaat over het (langdurig) niet kunnen beschikken over toereikende financiële middelen om (zelfstandig) te kunnen voldoen aan de minimaal noodzakelijk geachte goederen en voorzieningen voor een volwaardig leven.

Allereerst wordt met behulp van cijfers afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gekeken naar het aandeel huishoudens (exclusief studentenhuishoudens) en kinderen binnen huishoudens dat tot de minimagroep gerekend kan worden, hetgeen gebeurd op basis van inkomensgegevens en een referentiebudget van 110% van het beleidsmatig minimum. Hierbij wordt ook gekeken naar de duur van de situatie en enkele relevante achtergrondkenmerken van deze groep. Met het zicht hebben op de groep minimahuishoudens kan op een objectieve wijze een inschatting gemaakt worden van de mate van armoede in de gemeente en de ontwikkeling ervan, als ook het vergelijken van deze met andere gemeenten en regio's.
Naast de cijfers van het CBS zijn ook inkomensgegevens beschikbaar die afkomstig zijn van eigen gemeentelijk onderzoek, waarbij via een enquête aan inwoners gevraagd is naar het netto besteedbaar inkomen. Op basis van het opgegeven inkomen en de huishoudsamenstelling - en door deze af te zetten tegen gestelde referentiegrenzen - zijn huishoudens ingedeeld naar inkomenscategorieën, waaronder huishoudens die leven van een ‘sociaal minimum’. Deze groep huishoudens leeft van een budget dat niet tot nauwelijks voldoet aan de als minimaal benodigd veronderstelde hoogte, waarmee nog redelijkerwijs voldaan kan worden aan het doen van onvermijdbare, basale uitgaven om als zelfstandig huishouden te kunnen functioneren.

Er wordt hier echter ook breder gekeken dan naar alleen de feitelijke en opgegeven inkomenssituaties zelf. Zo wordt ook ingegaan op de perceptie van inwoners zelf over de eigen inkomenssituatie en hun toekomstverwachting hierover. Dit reikt verder dan huishoudens met minima-inkomens en/of situaties in armoede. Bij het 'kunnen rondkomen' gaat het ook over de mate van balans tussen inkomsten enerzijds en de feitelijke consumptie van mensen anderzijds, en de mate waarin iemand hierover regie heeft en in staat is financieel zelfstandig te zijn. Iemand met een dusdanig inkomen waarvan 'geacht wordt' dat men hiermee in staat zou moeten zijn om zelfstandig te kunnen voorzien in de primair veronderstelde levensbehoeften, en daarmee volgens de gehanteerde definitie niet in armoede leeft, kan desondanks moeite ondervinden bij het draaiend houden van het financiële huishouden. Daarbij geeft dit tevens een indicatie over hoe 'duur' mensen het leven op dit moment ervaren, zowel minima als niet-minima.

Toelichting: minima huishoudens

Laatst aangepast: 03-08-2021

De gemeente Groningen behoort tot de gemeenten in Nederland met het hoogste aandeel huishoudens in armoede (zie ook: Sociaal Cultureel Planbureau (SCP); 2019).

Kijken we naar het percentage huishoudens dat zich 1 jaar of langer in een minimasituatie bevindt op basis van de gehanteerde definitie van het CBS, dan valt op dat Groningen hierin zelfs na Rotterdam het hoogste scoort met 13,6% (2019), 7,2% bevindt zich reeds 4 jaar of langer in deze situatie.
Van het aantal minderjarige kinderen in de gemeente Groningen groeide in 2019 12,9% ervan op in een huishouden dat zich in een minimasituatie bevindt en dus rond moet komen van een huishoudinkomen tot 110% van het sociaal minimum. Dit komt neer op iets minder dan 1 op de 8 minderjarige kinderen.

In totaal waren er in de (nieuwe) gemeente in 2018 17.200 minimahuishoudens. De grootste leeftijdsgroep onder minima wordt in Groningen in gevormd door huishoudens van 25 tot 45 jaar (38%) (de hoofdkostwinner), gevolgd door de groep 45 tot 65 jaar (35%). Van de minimahuishoudens valt 1 op de 5 binnen de groep 65 jaar en ouder. Het merendeel van de minimahuishoudens bestaat uit een eenpersoonshuishouden (75,7%), daarna volgen eenouderhuishoudens (11%). Stellen bevinden zich dus relatief gezien aanzienlijk minder vaak in een minimasituatie.
Het grootste deel van de minima in Groningen bestaat tevens uit huishoudens met een Nederlandse achtergrond (67%), 22% van de minimahuishoudens kent een niet-westerse migratieachtergrond. Binnen de huishoudgroepen met een migratieachtergrond (westers en niet-westers) komen minimasituaties wel beduidend vaker voor dan onder Nederlandse huishoudens; waar dit binnen de Nederlandse huishoudens 14% betreft, is dit binnen de andere twee groepen respectievelijk 19% en 40,8%.

Ruim 80% van de mensen dat zich in een werkloosheidssituatie bevindt, behoort tot de minimagroep. Dit is met 50% ook de grootste groep huishoudens binnen de totale minimagroep, wanneer we kijken naar de primaire inkomstenbron. 1 op de 5 minima heeft een pensioen als voornaamste inkomstenbron, 20% van de minima is werknemer of zelfstandige en heeft inkomsten uit betaald werk.

Minima huishoudens - top 6 gemeenten

Laatst aangepast: 30-07-2021

% Huishoudens behorend tot minima, naar duur (2019)


Onder minima verstaan we hier personen of huishoudens behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum.

Bron: Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek / SSB (CBS; 2019)

Minima huishoudens - naar duur

Laatst aangepast: 09-08-2019

% Huishoudens behorend tot minima, naar duur (ontwikkeling 2014-17*)


Onder minima verstaan we hier particuliere huishoudens behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum.

Het betreft hier voorlopige cijfers over 2017 voor de oude gemeente Groningen, exclusief studentenhuishoudens.

Bron: Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek / SSB (CBS; 2019)

Minima huishoudens - naar leeftijd

Laatst aangepast: 03-08-2021

Huishoudens met een laag inkomen naar leeftijdsklasse van de hoofdkostwinner.

Percentage minima per groep en verdeling minimahuishoudens, 2018

Inkomens minima HH naar leeftijd.png

Inkomens tot 110% van het sociaal minimum.

Het betreft de nieuwe gemeente Groningen, exclusief studentenhuishoudens.

Bron: Inkomensstatistieken, CBS, 2018

Minima huishoudens - naar type huishouden

Laatst aangepast: 03-08-2021

Huishoudens met een laag inkomen naar naar type huishouden.

Percentage minima per groep en verdeling minimahuishoudens, 2018

Inkomens minima HH naar type.png

Inkomens tot 110% van het sociaal minimum.

Het betreft de nieuwe gemeente Groningen, exclusief studentenhuishoudens.

Bron: Inkomensstatistieken, CBS, 2018

Minima huishoudens - naar migratieachtergrond

Laatst aangepast: 03-08-2021

Huishoudens met een laag inkomen naar migratieachtergrond van de hoofdkostwinner.

Percentage minima per groep en verdeling minimahuishoudens, 2018

Inkomens minima HH naar migratieachtergrond.png

Inkomens tot 110% van het sociaal minimum.

Het betreft de nieuwe gemeente Groningen, exclusief studentenhuishoudens.

Migratieachtergrond volgens de definitie van het CBS: Bij de bepaling van het herkomstland zijn de geboortelanden van de betreffende persoon, de moeder en de vader bepalend voor de indeling. Het zijn personen die zelf in het buitenland geboren zijn of waarvan tenminste één ouder in het buitenland is geboren. Uitzondering zijn in het buitenland geboren personen waarvan beide ouders in Nederland zijn geboren, deze worden tot de Autochtonen gerekend.

Westers: Herkomstgroepering een van de landen in Europa (excl. Turkije), Noord-Amerika, Australië/Oceanië, Indonesië, voormalig Ned. Indië/nw Guinea of Japan.

Niet-westers: Herkomstgroepering een van de landen in de werelddelen Afrika, Latijns-Amerika en Azië (excl. Indonesië en Japan) of Turkije.

Bron: Inkomensstatistieken, CBS, 2018

Minima huishoudens - naar primaire inkomstenbron

Laatst aangepast: 03-08-2021

Huishoudens met een laag inkomen naar type primaire inkomstenbron in het huishouden.

Percentage minima per groep en verdeling minimahuishoudens, 2018

Inkomens minima HH naar inkomstenbron.png

Inkomens tot 110% van het sociaal minimum.

Het betreft de nieuwe gemeente Groningen, exclusief studentenhuishoudens.

Bron: Inkomensstatistieken, CBS, 2018

Toelichting: inkomensverschillen tussen buurten en wijken

Laatst aangepast: 13-09-2019

Er zijn duidelijke verschillen in gemiddelde persoons- en huishoudinkomens tussen de buurten en wijken van de gemeente. Dit geldt ook voor de aandelen huishoudens in een minimasituatie en aandelen kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden. In met name de oude stadswijken aan de noordoostkant van het Centrum en de naoorlogse uitbreidingswijken aan de noordwest en oostelijke kant van de stad wonen relatief veel huishoudens die onder of rond het sociaal (economisch) minimum leven. De Hoogte en - in iets mindere mate - de Indische Buurt springen er op dit vlak in negatieve zin uit. Wel is er in deze wijken een gunstige ontwikkeling te zien en worden de verschillen met de rest van de gemeente relatief gezien iets kleiner.

Als we kijken naar wat de mensen zelf zeggen over hun inkomenssituatie en over de verwachtingen daarvan voor de toekomst dan zien we voor de gemeente als geheel geen ontwikkeling tussen 2018 en 2020. Wel zijn er verschillen tussen de wijken. Zo zegt 15 procent van de inwoner van de Hoogte en Selwerd moeite te hebben met Rondkomen, voor de Hoogte is dit minder dan in 2018 (toen 17 procent). Of men verwacht dat het inkomen in de toekomst vooruit gaat hangt ook af van het huidige inkomen wat men heeft. Opvallend is dat in Corpus den Hoorn in 2018 nog 41 procent dacht dat het inkomen vooruit zou gaan, in 2020 was dit nog 30 procent. Het gemiddelde in de gemeente was in 2018 en in 2020 38 procent.

Minima huishoudens

Laatst aangepast: 30-12-2021

% Particuliere huishoudens behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum (2018)

Bron: CBS, Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek

Personen in minima

Laatst aangepast: 30-12-2021

% Personen behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum (2019)

Bron: CBS, Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek

Minima huishoudens met kinderen

Laatst aangepast: 30-12-2021

% Particuliere huishoudens behorend tot de doelpopulatie met minderjarige kinderen (0 t/m 17 jaar) met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum (2019)

Bron: CBS, Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek

Kinderen in minima

Laatst aangepast: 30-12-2021

% Minderjarige kinderen (0 t/m 17 jaar) behorend tot de doelpopulatie opgroeiend in een huishouden met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum (2019)

Bron: CBS, Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek

Huishoudens met laag inkomen - excl. studenten

Laatst aangepast: 02-12-2021

% Bewoners (18 jaar e.o.) (excl. studenten) dat zegt een netto huishoudinkomen te hebben dat gerekend kan worden tot een inkomenssituatie van onder of rond het sociaal minimum (ontwikkeling 2018-2020)


Betreft inwoners die van zichzelf zeggen dat ze een laag inkomen hebben, exclusief studenten.

Bron: OIS Groningen, enquête leefbaarheid

Toelichting: percepties rondkomen

Laatst aangepast: 05-09-2019

Ca. 9% van de bevraagde volwassenen ervoer in 2018 en in 2020 (veel) moeite met het rondkomen van het eigen huishoudinkomen. De toekomstverwachting over de eigen inkomenssituatie: 38% van de volwassenen verwachtte in 2020, net als in 2018, dat deze in de komende twee jaar gelijk blijft of vooruit zal gaan.

Inwoners met een inkomen onder of rond het sociaal minimum ervaren - naar verwachting - de meeste moeite met rondkomen. De verschillen tussen de buurten en wijken binnen de gemeente op dit vlak zijn in lijn met de eerder beschreven inkomensverschillen. In De Hoogte ervoeren de meeste mensen moeite, gevolgd door Selwerd. Wel zien we in Hoogte, maar ook in enkele andere minder scorende buurten en wijken, een positieve lijn en ontwikkelen zij zich dichter naar het gemeentelijk gemiddelde toe.
Ten aanzien van de toekomstverwachting zijn ouderen doorgaans het minst positief over de inkomensontwikkeling, daarnaast zien we dat in de buurten en wijken waar relatief veel huishoudens wonen met een gemiddeld genomen hoog inkomen ook op dit vlak minder positief scoren. Het is opvallend om te zien dat de buurten en wijken waar relatief veel jongeren (en studenten) woonachtig zijn, met name de woongebieden in en rond het centrum, het meest ongunstig scoren ten aanzien van de ontwikkeling op dit vlak.

Moeite met rondkomen

Laatst aangepast: 02-12-2021

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat zegt moeite te hebben met rondkomen van het huishoudinkomen (ontwikkeling 2018-2020)

Bron: OIS Groningen, enquête leefbaarheid

Toekomstverwachting rondkomen

Laatst aangepast: 02-12-2021

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft te verwachten dat de inkomenssituatie van het huishouden de komende twee jaar gelijk blijft of vooruit zal gaan (ontwikkeling 2018-2020)


Betreft het percentage mensen dat verwacht dat het inkomen er op vooruit zal gaan, een aantal aandachtswijken vergeleken met het gemeentelijk gemiddelde.

Bron: OIS Groningen, enquête leefbaarheid

Inleiding: arbeidsparticipatie

Laatst aangepast: 05-09-2019

In dit subthema wordt informatie geboden over de mate van arbeidsparticipatie onder de (potentiële) beroepsbevolking van de gemeente Groningen. Een voorwaarde om financieel redzaam te kunnen zijn, en daarmee uit een situatie in armoede te kunnen klimmen dan wel te blijven, is het hebben van voldoende inkomen en stabiliteit hierin over een langere periode. Het hebben van een eigen inkomen uit betaald werk is hierbij in veel gevallen de eerste basis. Er wordt onder meer gekeken naar de groep mensen dat niet werkzaam is. Ook wordt gekeken naar achtergrondkenmerken van deze groep.

Hier staan totalen GWU, (Geregistreerd Werkzoekenden UWV) voor GWU per buurt en wijk zie het buurtinformatiesysteem Gronometer.

Werkloosheid als probleem in de wijken

Laatst aangepast: 21-12-2021

% Bewoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft dat werkloosheid/armoede/schulden het belangrijkste probleem is in de wijk (ontwikkeling 2018-2020)


% inwoners va 18 jaar en ouder dat vindt dat Werkloosheid/armoede/schulden het belangrijkste probleem in de wijk is.

De wijken met de hoogste percentages vergeleken met het gemeentelijk gemiddelde en met de wijk met de laagste percentages.

Bron: OIS Groningen, enquête leefbaarheid

Toelichting: werklozen (GWU)

Laatst aangepast: 13-07-2022

Geregistreerde Werkzoekenden bij het UWV (GWU). Dit cijfer geeft een beter beeld van het aantal werkzoekenden op de arbeidsmarkt dan de niet-werkende werkzoekenden (NWW) waarmee vroeger werd gewerkt .

GWU wordt gedefinieerd als 'Werkzoekenden die bij UWV staan geregistreerd met een WW-, bijstands-, WAJONG-, WAO- of WGA-uitkering, of die als werkzoekenden een CV op Werk.nl hebben geplaatst zonder te beschikken over een dienstverband (van minimaal 1 uur), voor zover bij UWV bekend'.

In de figuur staat het percentage GWU van de potentiele beroepsbevolking (inwoners van 15 t/m 64 jaar)


GWU: Geregistreerd Werkzoekenden UWV. Het gaat hier om de niet werkenden gedeeld op de potentiële beroepsbevolking, het aantal inwoners van 15 tot en met 64 jaar. Peildata: ultimo voorgaand jaar/ 1 januari.

Bron: UWV Werkbedrijf, gemeente Groningen

Werkloosheid: Geregistreerd Werkzoekenden UWV (GWU)

Laatst aangepast: 24-01-2022

% Geregistreerde werkzoekenden UWV op de totale potentiële beroepsbevolking in een aantal wijken (ontwikkeling 2018-2021)

De wijken met de hoogste percentages GWU zijn vergeleken met het gemeentelijke gemiddelde. Het percentage is berekend uit het absuluut aantal GWU gedeeld door de bevolking van 15 tot en met 64 jaar.

Bron: UWV Werkbedrijf, gemeente Groningen

GWU naar leeftijd en geslacht

Laatst aangepast 13-07-2022

GWU naar leeftijd en geslacht, ultimo voorgaand jaar

Bron: UWV Werkbedrijf

GWU naar opleidingsniveau

Laatst aangepast 13-07-2022

GWU naar opleidingsniveau, ultimo voorgaand jaar


Laag = geen, basisonderwijs, vmbo, mbo 1,2 Midden = havo, vwo, mbo 3,4 Hoog = hbo, wo

Bron: UWV Werkbedrijf

GWU, Groningen vergeleken

Laatst aangepast 13-07-2022

GWU, percentage van de beroepsbevolking, Groningen vergeleken , januari 2022


GWU gedeeld op de beroepsbevolking (CBS), Dit percentage wijkt af dat in de van de overige grafieken doordat de beroepsbevolking (CBS) afwijkt van de potentiele beroepsbevolking.

De beroepsbevolking voor de stedenvergelijking is gebaseerd op de groep 15-75 jaar die werken of werkloos zijn (definitie CBS). Personen die niet werken en ook niet op zoek zijn naar werk horen daar dus niet bij.

Bron: UWV Werkbedrijf, CBS

Uitkeringen - naar soort

Laatst aangepast: 13-07-2022

Aantal uitkeringen naar soort, ultimo voorgaand jaar/1 januari (ontwikkeling 2012-2022)


De uitkeringen Werkeloosheidswet (WW) en de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen zijn van personen. De uitkeringen Participatiewet en IOAW (uitkering voor oudere werklozen) zijn per huishouden, een huishouden kan uit 1 persoon bestaan.

Aantallen vanaf 2019 de nieuwe gemeente. Voor aantal uitkeringen Participatiewet per buurt zie het buurtinformatiesysteem Gronometer

Bron: UWV, gemeente Groningen